| 18233 |
horloge |
uur:
oer (Q116p Simpelveld)
|
horloge [SGV (1914)]
III-1-3
|
| 18149 |
horrelvoet |
klompvoet:
klompvos (Q116p Simpelveld),
paardsvoet:
peadsvos (Q116p Simpelveld),
pêdsvŏŏs (Q116p Simpelveld)
|
hompelvoet [SGV (1914)] || Misvormde voet (homperd, horjevoet, horrelvoet, homperpoot, strompelvoet, paardvoet). [N 84 (1981)]
III-1-2
|
| 20112 |
hortensia |
hortense:
hortens (Q116p Simpelveld)
|
[DC 76 (2002)]
I-7
|
| 17847 |
hotsen |
hobbelen:
hoebelen (Q116p Simpelveld),
hoebələ (Q116p Simpelveld),
schokkelen:
sjokkele (Q116p Simpelveld),
sjokkələ (Q116p Simpelveld)
|
hotsen [SGV (1914)] || Hotsen: schokkend, stotend vooruitgaan (schokkelen, hotsen, hotselen, bodderen). [N 84 (1981)] || zachtjes schokken in of op een voertuig op een hobbelige weg (botteren, bottelen) [N 90 (1982)]
III-1-2, III-3-1
|
| 17812 |
houden |
houden:
houwe (Q116p Simpelveld)
|
houden [SGV (1914)]
III-1-2
|
| 21459 |
houden van |
gaarne hebben:
geer han (Q116p Simpelveld),
liefhebben:
leef han (Q116p Simpelveld)
|
liefhebben [SGV (1914)]
III-3-1
|
| 32766 |
houten eg |
houten [eg]:
hō.tsǝ [eg] (Q116p Simpelveld)
|
De oude drie- of vierhoekige eg met houten hoofd- en dwarsbalkjes, waarin houten, later ook ijzeren tanden zaten; zie afb. 51, 52, 53 en 54. Waar men een houten eg gebruikte als onkruideg en/of als zaadeg, is aangegeven in de desbetreffende lemmata. Hieronder is de vorm die de houten eg ter plaatse kon hebben, voorgesteld door de tekens ∆ en vierkant. Voor het woord(deel) ''eg'' resp. ''eg'' zie men de toelichting bij het lemma ''eg''.' [JG 1a; JG 1b add.; N 11, 70 + 71 + 72 add.; N J, 10; A 13, 16b; div.; monogr.]
I-2
|
| 31466 |
houten hamer |
houten hamer:
hōtsǝ hamǝr (Q116p Simpelveld)
|
In het algemeen een houten hamer die wordt gebruikt bij het plooien of platslaan van plaatmateriaal. De kop van de hamer kan vlak zijn, maar er bestaan ook houten hamers met een bolvormige kop. Zie ook afb. 163. De bombeerhamer (Q 88) is volgens Van Houcke (pag. 306) een hamer met één of twee bolronde koppen. Vgl. ook het lemma "bolhamer". [N 33, 62; N 33, 83; N 64, 41a; N 66, 8a]
II-11
|
| 26342 |
houten vloer |
gebinte:
gǝbøn (Q116p Simpelveld)
|
Vloer bestaande uit door middel van messing en groef aan elkaar gedreven vloerdelen. Voor een houten vloer worden doorgaans evenwijdig aan de stralen van het hout gezaagde planken gebruikt. Op deze wijze wordt het kromtrekken van het hout zoveel mogelijk voorkomen. [N 54, 128; N 54, 129; S 41; monogr.]
II-9
|
| 19974 |
houtmolm |
molm:
molm (Q116p Simpelveld)
|
pulver van houtworm [DC 42b (1967)]
III-2-1
|