e-WLD begrippen 

 
 
Filteren... plaats=Sippenaken

Overzicht

Gevonden: 71

BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
leren leren: do has hyj ət metstə gəli‧ə.t eͅn do bez brāf chəwest, da kōͅs fr"gər nōͅ hēm gūən es tāndər (Sippenaken) Gij hebt vandaag het meeste geleerd en ge zijt braaf geweest, gij moogt vroeger naar huis gaan als de andere. Gij: deze ganse zin staat in de tweede pers. enkelv. [ZND 04 (1924)] III-3-1
luchtx lucht: lūət (Sippenaken, ... ) lucht [ZND 01 (1922)], [ZND 04 (1924)] III-4-4
lui (lieden) lui: də lyj zønt hyj aləmōͅl būtəz egə veld ant mi-ənə (Sippenaken) De mensen zijn vandaag alle buiten op het veld en maaien. Mensen of lieden of lui enz. [ZND 04 (1924)] III-3-1
mannelijke eend eendvogel: entvōgel (Sippenaken) woerd, mannetjeseend [ZND 01 (1922)] III-4-1
meegaan gaan met: da gønt fər med əx (øx) (Sippenaken), meegaan: met xūə (Sippenaken) Dan gaan we met u mee. [ZND 04 (1924)] || Waar gaat ge heen, willen we met u meegaan ? [ZND 04 (1924)] III-1-2
moe moe: m": (Sippenaken) Wij zijn moe en we hebben dorst. [ZND 04 (1924)] III-1-2
moeder moeder: modər (Sippenaken) moeder [ZND 01 (1922)] III-2-2
moestuinx koolhof: k‧oͅləf (Sippenaken, ... ) [ZND 04 (1924)] [ZND 04 (1924)] I-7
ogenblikje, korte tijd, eventjes momentje: ps. omgespeld volgens Frings.  ə moͅmeͅntšə (Sippenaken), ogenblikje: en ōgəblekskə (Sippenaken) een ogenblikje [ZND 04 (1924)] III-4-4
olifant elefant (du.): Karte 109.  Elefant (Sippenaken) Elefant. III-3-2