e-WLD begrippen 

 
 
Filteren... plaats=Swalmen

Overzicht

BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
halsketting ketting: ⁄n goljə ketting (Swalmen) gouden [een - ketting] [SGV (1914)] III-1-3
halssnoer kraal: kral (Swalmen) aan een snoer geregen kralen, parels, enz. als halssieraad [toer, snoer, ketting, karkant, collier] [N 86 (1981)] III-1-3
halster capuchon: kapǝsūn (Swalmen), kettinghalchter: kɛteŋhɛlǝxtǝr (Swalmen), stalhalchter: štalhɛlextǝr (Swalmen) Stel van leren riemen - eventueel touwen - of kettingen dat het paard om het hoofd heeft als het niet ingespannen is. Aan de halsterring wordt de lijn of ketting gehecht waarmee het paard in de stal of op de weide wordt vastgebonden of waarmee het wordt geleid. Op sommige plaatsen wordt de term halster ook gebruikt om het Hoofdstel of de Stalband aan te duiden. [JG 1a, 1b, 1c, 1d, 2b, 2c; N 13, 18a; N 5 A II, 59e add.; monogr.] || Tuig aan de kop van een os of een stier. [N 3A, 14b; monogr.] I-10, I-11
halve frank halve frank: halve frang (Swalmen) wit metalen munt van 50 centiem [N 21 (1963)] III-3-1
halve gulden halve gulden: halve gölje (Swalmen) halve gulden, een ~ [N 21 (1963)] III-3-1
halve maan, eerste kwartier eerste kwartier: eerste keteer (Swalmen), wassende maan: wassende maon (Swalmen) schijngestalte van de maan: eerste kwartier, halve maan [wassende maan, wassenaar] [N 81 (1980)] III-4-4
halve maan, laatste kwartier afgaande maan: aafgaonde maon (Swalmen), laatste kwartier: lèèste keteer (Swalmen) schijngestalte van de maan: laatste kwartier [afnemende, donkere maan] [N 81 (1980)] III-4-4
halve stuiver lap: lap (Swalmen) halve stuiver, een 2 1/2 centstuk [lap, sjoe, groot, flapsent, bokkestuiver, grote cent, plak, bots, vierduitstuk?] [N 21 (1963)] III-3-1
halve-centstuk oortje: óórtje (Swalmen) halve-centstuk, een ~ [senske?] [N 21 (1963)] III-3-1
ham, hesp schonk: schonk (Swalmen) ham [SGV (1914)] III-2-3