| 18317 |
losse zak onder de rok |
sleuteltas:
sjleuteltes (L331p Swalmen)
|
tas, losse ~, zak of buidel die onder de rok wordt gedragen [N 24 (1964)]
III-1-3
|
| 22998 |
lot(je) van de loterij |
lot:
laot (L331p Swalmen)
|
Lot (bij een loterij).
III-3-2
|
| 22400 |
loten |
loten:
laote (L331p Swalmen, ...
L331p Swalmen),
lōͅtə (L331p Swalmen)
|
Het spel waarbij de winnaar(s) door het lot word(t)(en) aangewezen [loten, loteren, lotelen, loteren]. [N 88 (1982)] || II. Loten.
III-3-2
|
| 25247 |
loteren, los zitten |
lodderen:
lôddere (L331p Swalmen),
rammelen:
rámmele (L331p Swalmen)
|
los zitten, gezegd van onderdelen [loteren] [N 91 (1982)]
III-4-4
|
| 21194 |
luchtballon |
ballon:
blôn (L331p Swalmen),
bôon (L331p Swalmen)
|
een ballon die kan opstijgen met een mand eronder om personen te vervoeren [ballon, luchtbal, luchtbol, luchtschip] [N 90 (1982)]
III-3-1
|
| 24998 |
luchtbel in water |
bobbel:
boebel (L331p Swalmen),
bubbel:
bubbel (L331p Swalmen)
|
de opborrelende lucht- of gasbel in een vloeistof [wal, wel, brobbel, bobbel] [N 91 (1982)]
III-4-4
|
| 17687 |
luchtpijpen |
luchtpijpen:
lochpiepe (L331p Swalmen)
|
luchtpijpen [loospiepe] [N 10 (1961)]
III-1-1
|
| 31236 |
luchtregelaar |
regelklep:
rēgǝlklɛp (L331p Swalmen)
|
De klep, schuif of kraan waarmee men de luchttoevoer uit de luchtleiding naar het vuur toe regelt. In L 290 en L 291 was een luchtregelaar bij een blaasbalg niet gebruikelijk, bij een ventilator daarentegen wel. Zie voor het woordtype foch ook RhWb (II), kol. 696, s.v. Foche: "Schieber im Ofenrohr, der den Luftzug hemmt oder fordert, Regulierklappe. [N 33, 18; N 33, 17]
II-11
|
| 25217 |
luchtx |
lucht:
loch (L331p Swalmen),
Algemene opmerking: lijst niet omgespeld!
loch (L331p Swalmen)
|
lucht [DC 03 (1934)], [SGV (1914)]
III-4-4
|
| 19619 |
lucifer |
zwegeltje:
žwêgelkə (L331p Swalmen)
|
lucifer [SGV (1914)]
III-2-1
|