| 22452 |
meiboom |
mei:
męj (L331p Swalmen),
meiboom:
meiboum (L331p Swalmen)
|
De omstreeks 1 mei op het dorpsplein opgerichte boom die, met linten en kransen versierd, het middelpunt van allerlei volksvermaken vormde [meiboom]. [N 88 (1982)] || Versierde tak, kleine boom of vlag die op de nok van een onderdak gebracht huis wordt geplaatst. [N 88, 183; monogr.]
II-9, III-3-2
|
| 33337 |
meid, dienstmeid |
maagd:
māx (L331p Swalmen),
māxt (L331p Swalmen)
|
Meid is een noordelijke vorm, een samentrekking uit maged, maagd. Kok en keukense slaan op de keukenmeid. Dienstbode is een expansie uit de (Noord-)Nederlandse standaardtaal. [L 1, a-m; L 1u, 156; L 38, 10; RND 118; R 12, 30; S 6 en 23; Wi 6; monogr.]
I-6
|
| 24582 |
meidoorn |
heggendoorn:
hekkədeur (L331p Swalmen)
|
haagdoorn [SGV (1914)]
III-4-3
|
| 24331 |
meikever |
meikever:
meikaever (L331p Swalmen),
meikêver (L331p Swalmen),
WLD
meikééver (L331p Swalmen)
|
Hoe noemt u de meikever: een soort kever, 24-30mm lang; met dekschild, de poten en sprieten zijn bruinrood, de kop en het borststuk zwart met op de onderzijde een dichte witte beharing; de buiksegmenten zijn zwart met aan elke zijde een opvallende, helwit [N 83 (1981)] || meikever [SGV (1914)]
III-4-2
|
| 33553 |
meiraap |
reube:
rēūb (L331p Swalmen),
WLD
rêup (L331p Swalmen)
|
De meiraap, een vroege variëteit van de raap (meiraap, tolletje, knolletje, kelen, raap). [N 82 (1981)]
I-7
|
| 20309 |
meisje |
meidje:
mêdjə (L331p Swalmen)
|
meisje [SGV (1914)]
III-2-2
|
| 20366 |
meisje met wie een jongen verkering heeft |
meidje:
maedje (L331p Swalmen)
|
het meisje met wie men verkering heeft [parmeteit, meid, fem, frul, caprice] [N 87 (1981)]
III-2-2
|
| 18622 |
meisjesmuts met afhangende strook |
kapertje:
WNT: kaper (II), bet. 2) Hoofddeksel voor vrouwen...
kaapertje (L331p Swalmen)
|
meisjesmuts die nauw om het hoofd sluit en met een strook afhangt tot op de schouders [kaaper, kappelin, kapmöts] [N 25 (1964)]
III-1-3
|
| 18637 |
meisjespantalon met kanten pijpen |
boks met kant:
bòks mit kantj (L331p Swalmen)
|
meisjespantalon (vero) met kanten pijpen die tot onder de knieën reiken [N 25 (1964)]
III-1-3
|
| 34454 |
mekkeren |
mekkeren:
mɛkǝrǝ (L331p Swalmen)
|
Geluid voortbrengen, gezegd van de geit. [N 19, 76b; monogr.]
I-12
|