| 28630 |
de koningin merken |
merken:
mɛrkǝ (L270p Tegelen)
|
Het duidelijk herkenbaar maken van de koningin door verf, lak, gekleurde plaatjes. Volgens informanten gebruikt men ook Tippex, gekleurd zilverpapier en nagellak. Een goedkoop en uitstekend middel tot herkenning zijn de staniolplaatjes. Men heeft ze in de kleuren rood, groen, zilver en goud. Elk jaar wordt een andere kleur gebruikt. Er zijn kleine nummertjes op gedrukt van 1 tot en met 100. Met kleefstof wordt één zo''n plaatje op het borststuk van de moer bevestigd. Het nummer geeft het individu aan en de kleur de ouderdom (De Roever, pag. 544). [N 63, 102a; N 63, 102b; Ge 37, 166; monogr.]
II-6
|
| 23687 |
de kruisweg bidden |
de kruisweg beden:
kry(3)̄tswēͅx beͅjə (L270p Tegelen)
|
De kruisweg bidden (in de vastentijd, op Goede Vrijdag, na n begrafenis) [de kruutswèèg bèèje, de statioeëne beëne?]. [N 96B (1989)]
III-3-3
|
| 32732 |
de laatste voor ploegen |
(de voor) uitbouwen:
ūt˱bǫu̯ǝ (L270p Tegelen),
slichten:
šlextǝ (L270p Tegelen)
|
De laatste voor van het grote middendeel van een akker die men ploegde, kan op twee manieren worden afgewerkt. Als men een greppel wil laten ontstaan in verband met de waterafvoer (op lage gronden), dan ploegt men de laatste voor iets dieper dan de overige. Wil men daarentegen geen greppel overhouden, dan ploegt men de laatste voor ondiep uit en sleept men ze vervolgens dicht. De termen die in dit lemma onder A. zijn vermeld, werden opgegeven n.a.v. de vraag naar "de diepe middenvoor afwerken". Sommige ervan lijken ook bruikbaar voor het ploegen van de laatste voor in het algemeen. De onder B. opgenomen termen betreffen het ploegen van de laatste voor aan de zijkant(en). [N 11, 62; N 11A, 119e + 121e; div.; monogr.]
I-1
|
| 31991 |
de maat bepalen |
de maat nemen:
dǝ mǭt nēmǝ (L270p Tegelen)
|
In het algemeen de maat van een voorwerp bepalen. [N 53, 198]
II-12
|
| 22538 |
de mei vieren |
richten:
Zodra dit gebeurd was, werd een vlag op de nok gezet, met soms ook wel een berken rijs. Nader er gerich was, werden de bouwvakarbeiders s avonds door de eigenaar van het in aanbouw zijnde pand getracteerd op bier en/of andere drank.
richte (L270p Tegelen)
|
Het opzetten van het houten spantwerk op een in aanbouw zijnde woning of gebouw.
III-3-2
|
| 34230 |
de melk inhouden |
in de hoorns slaan:
(de koe heeft) en dǝ hø̜̄rǝs gǝšlāgǝ (L270p Tegelen),
ophouden:
(de koe) helt ǫp (L270p Tegelen),
optrekken:
ǫptrɛkǝ (L270p Tegelen)
|
Tijdens het melken plotseling geen melk meer geven, gezegd van de koe. [N 3A, 69; monogr.]
I-11
|
| 34231 |
de melk laten lopen |
(de melk) laten lopen:
lǭtǝ lǫu̯pǝ (L270p Tegelen)
|
De melk uit de spenen laten vloeien. [N 3A, 70]
I-11
|
| 33869 |
de merrie bij de hengst brengen |
(naar de hengst) leiden:
lęi̯ǝ (L270p Tegelen)
|
[N 8, 43a en 43b]
I-9
|
| 33870 |
de merrie dekken |
dekken:
dɛkǝ (L270p Tegelen)
|
Zie afbeelding 11. [JG 1a, 1b; N 8, 43a en 43b]
I-9
|
| 33872 |
de merrie is niet drachtig |
gust:
gøs (L270p Tegelen),
vaats:
fāts (L270p Tegelen
[(leeg)]
)
|
[N 8, 48 en 49]
I-9
|