| 27368 |
laadstok |
laadstek:
lājstɛk (L374p Thorn
[(Maurits)]
[Zwartberg, Waterschei])
|
Ronde houten stok waarmee de schiethouwer of schietmeester de patronen in het schietgat duwt. De stok is van hout omdat een metalen laadstok vonken zou kunnen voortbrengen en op deze wijze de lading vroegtijdig zou kunnen doen ontploffen. [N 95, 406; monogr.; Vwo 176; Vwo 178; Vwo 463]
II-5
|
| 27890 |
laadwagen |
laadschup:
lājšøp (L374p Thorn
[(Maurits)]
[Maurits]),
laadwagen:
lājwāgǝ (L374p Thorn
[(Maurits)]
[Maurits]),
lātwāgǝ (L374p Thorn
[(Maurits)]
[Maurits])
|
Mechanisch aangedreven machine waarmee bij de aanleg van steengangen en galerijen de losgeschoten of losgehakte stenen in mijnwagens kunnen worden geladen. De woordtypen "eimco" (Q 35), "eimcowagen" (Q 121) en "sullivan" (Q 121) hebben betrekking op laadwagens, genoemd naar de fabrikant. [N 95, 830; N 95, 833; N 95, 834; monogr.; div.; Vwo 388; Vwo 389; Vwo 460; Vwo 695]
II-5
|
| 24925 |
laag grond |
laag:
laog (L374p Thorn, ...
L374p Thorn),
loag (L374p Thorn)
|
laag (znw.) [SGV (1914)] || laag grond [laag, scheel, bank] [N 81 (1980)]
III-4-4
|
| 33649 |
laagliggende akker |
laagte:
līǝxdjǝ (L374p Thorn),
zompig:
zō.mpex (L374p Thorn)
|
Een aantal woordtypen duiden niet zozeer op een afgebakend perceel, een akker, maar meer algemeen op laagliggende grond. [N 11, 2b]
I-8
|
| 33650 |
laagte in een akker |
zomp:
zomp (L374p Thorn)
|
Laagte of kuil waar de grond steeds vochtig blijft of waar water blijft staan. [N 11, 3a, N 11, add.; Vld.; monogr.]
I-8
|
| 33699 |
laagte in het landschap |
laagte:
lēǝgdjǝ (L374p Thorn)
|
Een laagte in het landschap in het algemeen. Vergelijk ook lemma 1.2.8 ɛlaagte in een akkerɛ.' [L 29, 30; Wi 11; A 10, 4; S 20]
I-8
|
| 18301 |
laars tot of boven de knie |
stevel:
stēvele (L374p Thorn)
|
Hoe noemt men de laarzen (die tot of boven de knie reiken)? [DC 09 (1940)]
III-1-3
|
| 23658 |
laatste evangelie |
t letste evangjillióm?].:
leste evangeliej (L374p Thorn)
|
Het laatste evangelie, het beginmstuk van het evangelie volgens Johannes, dat gelezen werd na de zegen [t lèste evangillie [N 96B (1989)]
III-3-3
|
| 23506 |
laatste mis |
laatste mis:
leste mes (L374p Thorn)
|
De laatste, vaak korte mis op zondag, de laatste gelegenheid om de mis te horen [snapmèske, gawkletske?]. [N 96B (1989)]
III-3-3
|
| 23909 |
laatste oordeel |
laatste oordeel:
lèste oeërdeil (L374p Thorn)
|
Het laatste oordeel. [N 96D (1989)]
III-3-3
|