| 20423 |
lijkweg |
kerkweg:
kerkweg (L374p Thorn)
|
Benaming voor de speciale weg die naar de begraafplaats leidde? [VC 30 (1964)]
III-2-2
|
| 22329 |
lijn waar het spel begint |
meet:
meet (L374p Thorn),
schreef:
sjreef (L374p Thorn),
streep:
streep (L374p Thorn)
|
De lijn waar bepaalde spelen beginnen [meet, mark, schreef, schram, erke, aanbrak, ambrok, lambrak, doodmeet]. [N 88 (1982)]
III-3-2
|
| 32676 |
lijnogen |
ringen:
r ̇eŋ (L374p Thorn)
|
Boven aan de voorploeg van bepaalde karploeg-typen bevindt zich een lat, waarvan de uiteinden zijn voorzien van of eindigen in een ring of schroefvormige krul, waar men de ploeglijn doorheen haalt. Deze "ogen" houden de dubbele ploeglijn gescheiden en voorkomen, dat ze bij het keren onder in de voorploeg verward zou raken of met de grond in aanraking zou komen. Bij een ander (wentel)ploegtype fungeert de brede beugelvormige handgreep van de dieptehefboom als leidselhouder. [N 11, 31.II.j; N 11A, 97j + 98b]
I-1
|
| 33273 |
lijnzaad, vlaszaad |
lijzend:
lēzǝt (L374p Thorn)
|
Linum usitatissimum L. Lijnzaad is de gebruikelijke naam voor het zaad van de vlasplant en, in verband met de olieproduktie, ook voor het gewas. Zie paragraaf 4.2 en in het bijzonder het lemma Vlas. Uit de gerepelde en gedorste zaadbollen wordt olie geslagen, de lijnolie; de overblijvende pulp is een gezocht veevoer. De vormen die hier zijn samengebracht onder de typen lijzend en lijzens zijn te beschouwen als varianten van lijzaad, met een bijzondere verzwaring van het eerste lid. Ze zijn als afzonderlijke typen behandeld vanwege de samenstellingen in dit lemma en in de volgende lemmaɛs. [S 22; Wi 18; monogr.; add. uit JG 1b; L 1 a-m; L 1 u, 149; L 42, 59; RND 31]
I-5
|
| 21098 |
lijnzaadmeel |
lijzensmeel:
lēzǝsmɛ̄ǝl (L374p Thorn)
|
De gedroogde pulp die overblijft na het slaan van de olie uit het lijnzaad. Het meel wordt als veevoeder gebruikt. Indien in samenstellingen met lijnzaad- dit woorddeel onverkort is gebleven en gelijk aan de opgave voor lijnzaad in dat lemma, dan is hier naar de variant van het lemma Lijnzaad, Vlaszaad verwezen. Voor de typen lijzend en lijzens naast lijzaad zie de toelichting bij het lemma Lijnzaad, Vlaszaad. [monogr.; add. uit L 1 a-m; L 1 u, 149; L 42, 59; RND 31]
I-5
|
| 20492 |
likken |
lekken:
lekke (L374p Thorn),
lepsen:
lepsje (L374p Thorn)
|
likken; Hoe noemt U: Met de tong over iets heen en weer gaan om zo het voedsel op te nemen (likken, lekken, leppen) [N 80 (1980)]
III-2-3
|
| 20725 |
limburgse kaas |
hervese kaas:
hérfse kiees (L374p Thorn),
stinkerd:
stinkerd (L374p Thorn)
|
Limburgse kaas, Hervese kaas (stinkkaas, rommedoe?) [N 16 (1962)]
III-2-3
|
| 20904 |
limonade |
limonade:
lummenaat (L374p Thorn)
|
limonade door een rietje zuigen [DC 35 (1963)]
III-2-3
|
| 24821 |
lindeblad |
lindeblad:
linjeblaat (L374p Thorn)
|
lindeblad [SGV (1914)]
III-4-3
|
| 21478 |
liniaal |
liniaal:
liniaal (L374p Thorn, ...
L374p Thorn)
|
een dunne rechte lat met een maatverdeling om er lijnen langs te trekken [liniaal, linie, regel, regelet] [N 90 (1982)]
III-3-1
|