e-WLD begrippen 

 
 
Filteren... plaats=Tienray

Overzicht

Gevonden: 3725

BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
aanhoudend vragen zeuren: zeure (Tienray), zeveren: zeivere (Tienray, ... ) aanhoudend vragen om iets te krijgen [kutten] [N 87 (1981)] || alsmaardoor blijven vragen [maren] [N 87 (1981)] III-3-1
aankondigingskastje bord: bord (Tienray), gemeentebord: gemèèntebord (Tienray) de plaats waar gemeentelijke aankondigingen etc. opgehangen worden [gebooi] [N 90 (1982)] III-3-1
aanrekenen in rekening brengen: ien rèkening brenge (Tienray) betaling vragen voor een geleverd artikel; in rekening brengen [schrijven, aankalken] [N 89 (1982)] III-3-1
aanrijgen rijgen: rīēge (Tienray) tot een snoer verenigen [ritsen, resemen, rijgen] [N 91 (1982)] III-4-4
aanstaan aanstaan: ánstâôn (Tienray), gaden: gaaie (Tienray) behagen, bevallen, aangenaam zijn [gaden, gaaien, aanstaan] [N 85 (1981)] III-1-4
aanstieren aanstieren: ánstīrǝ (Tienray) Een jonge koe voor het eerst laten paren. [N 3A, 30b; monogr.] I-11
aanstoot ergernis: ergernis (Tienray) Ergernis, aanstoot [aring]. [N 96D (1989)] III-3-3
aanstoot geven aanstoot geven: ämstoeët gève (Tienray), ergernis geven: ergernis gève (Tienray) mensen ontstemming of ergernis geven door onzedelijk gedrag [geven] [N 85 (1981)] III-1-4
aanwerven van personeel op daghuur gaan: ǫp daxhȳr gǭn (Tienray), zich verdoen: zex vǝrdun (Tienray) I-6
aanwezigheid daar zijn: (= daar zijn).  ⁄t taoziēn (Tienray) de aanwezigheid, het aanwezig zijn [antwoord] [N 91 (1982)] III-4-4