| 33921 |
het paard wennen aan tuig en arbeid |
aanspannen:
ǫi̯nspanǝ (Q162p Tongeren),
leren:
lērǝ (Q162p Tongeren)
|
[N 8, 99]
I-9
|
| 26286 |
het rondsel lichten |
uitstoten:
ǫwtstō.tǝ (Q162p Tongeren)
|
Het rondsel van niet te gebruiken steenkoppels met behulp van een hefboom uit het aswiel lichten. [Coe 93; Grof 114]
II-3
|
| 25378 |
het ruggemerg doorsnijden of -steken |
ruggemerg doorsteken:
røgǝmɛrx dørstęjkǝ (Q162p Tongeren)
|
Het ruggemerg doorsnijden of -steken, opdat het dier sneller doodgaat. [N 29, 38; N 28, 6; monogr.]
II-1
|
| 23983 |
het schuifje krijgen |
het schuifje krijgen:
t sjefke kraaige (Q162p Tongeren),
t sjəfkə krajgə (Q162p Tongeren)
|
Het gebruik om het schuifblad in de biechtstoel te sluiten wanneer de biecht wordt uitgesteld en de biechteling niet geholpen kan worden omdat er redenen zijn om aan het berouw of aan het vervullen van de voldoening te twijfelen [het deurken/vensterken kr [N 96D (1989)]
III-3-3
|
| 25443 |
het vlees in stukken snijden |
in kwartjes snijden:
en kartjes snajǝ (Q162p Tongeren)
|
Als één der helften van het gekloofde dier verwerkt wordt, snijdt men deze eerst in enkele grote, wat handzamer stukken. [N 28, 98; monogr.]
II-1
|
| 25441 |
het vlees laten besterven |
laten afsterven:
løtǝ ǭfstɛrvǝ (Q162p Tongeren)
|
Na het verwijderen der ingewanden e.d. en het schoonmaken laat men het vlees hangen om het te laten afkoelen en opstijven. De volgende dat wordt het verder verwerkt. Enerzijds is dit een eis van de keuringsdienst (eventuele ziektes e.d. zijn dan makkelijker te constateren), anderzijds komt dit besterven volgens velen de smaak van het vlees ten goede. [N 28, 95; monogr.]
II-1
|
| 21436 |
het volle bedrag |
de hele som:
ps. omgespeld volgens IPA.
də hēͅl som (Q162p Tongeren),
de volle pot:
ps. omgespeld volgens Frings.
volə pot (Q162p Tongeren)
|
volle bedrag, de gehele som, zonder korting [de hele poet, de volle roefel, de hele paaj?] [N 21 (1963)]
III-3-1
|
| 19768 |
het vuur aansteken |
aansteken:
ô’nstêkë (Q162p Tongeren)
|
aansteken
III-2-1
|
| 19415 |
het vuur doven |
uitdoen:
autdun (Q162p Tongeren),
uitdoven:
Hët vürkë laimërt: a\'ni wat tròp góit zal het gau autdòuvë
autdòuvë (Q162p Tongeren)
|
de kachel dooven [ZND 31 (1939)] || uitdoven
III-2-1
|
| 26378 |
het water tegenhouden |
ophogen:
ophy.gǝ (Q162p Tongeren),
tegenhouden:
tēgǝhāǝ (Q162p Tongeren),
tēgǝhǫwǝ (Q162p Tongeren)
|
Het water tegenhouden met behulp van één of meer sluizen. [Vds 49; Jan 52; Coe 38; Grof 66]
II-3
|