| 18878 |
luid schreien |
grijnen:
ook materiaal znd 28, 53
grinə (Q097p Ulestraten),
huilen:
ook materiaal znd 28, 53
hülə (Q097p Ulestraten)
|
luid schreien, krijten [ZND 01 (1922)]
III-1-4
|
| 23217 |
luiden |
luiden:
də kloͅk ly(3)̄jə (Q097p Ulestraten),
loeje (Q097p Ulestraten)
|
De klok luiden. [ZND 30 (1939)] || Luiden [luuje, lujje, loewe?]. [N 96A (1989)]
III-3-3
|
| 23252 |
luiden voor de mis |
luiden:
ət luwt (Q097p Ulestraten)
|
Het luidt voor de mis. [ZND 30 (1939)]
III-3-3
|
| 20478 |
luier |
kindsdoek:
kindsdook (Q097p Ulestraten),
pisdoek:
pisdouk (Q097p Ulestraten),
windel:
wingel (Q097p Ulestraten)
|
luier [winjel, luur, kindsdoek, pisdoek, huik] [N 25 (1964)]
III-2-2
|
| 20281 |
luiermand |
kindskorfje:
kindskörfke (Q097p Ulestraten)
|
korf; Welke verschillende namen voor verschillende korven kent uw dialect? Geeft u een zo volledig mogelijke opsomming [N 20 (zj)]
III-2-2
|
| 19029 |
luilak |
luierik:
ook materiaal znd 30, 42 (luiaard)
luijərək (Q097p Ulestraten)
|
luilak [ZND 01 (1922)]
III-1-4
|
| 17734 |
luisteren |
luisteren:
gōt lūstəre (Q097p Ulestraten),
løstere (Q097p Ulestraten)
|
goed luisteren [ZND 30 (1939)] || luisteren [SGV (1914)]
III-1-1
|
| 31582 |
luns |
leun:
lø̜̄n (Q097p Ulestraten)
|
Metalen spie die door een gat in het uiteinde van de wagenas wordt gestoken om te verhinderen dat het wiel van de as kan afdraaien. Zie ook afb. 216. [N G, 50c; N 17, 63; JG 1a; JG 1b; Wi 13, add.; L 39, 22, add.; div.]
II-11
|
| 31583 |
lunsschijf |
schijf:
šīf (Q097p Ulestraten)
|
Ronde, met het wiel meedraaiende schijf tussen naaf en luns die de naafbus afsluit zodat er tijdens het rijden geen vet of smeer verloren gaat en er geen vuil de naafbus kan binnendringen. Bij modernere, metalen fabrieksassen werd de lunsschijf vervangen door een metalen, dopvormige moer die op de as wordt geschroefd en met behulp van een luns tegen losdraaien wordt vastgezet. Van der Kloes en Van Helden (pag. 21) noemen dit type naafbus halfpatentbus. [N G, 50b; N 17, 64]
II-11
|
| 20566 |
lurken |
lurken:
lurkə (Q097p Ulestraten),
lurken aan de pijp:
lurkə aan de piep (Q097p Ulestraten)
|
lurken; Hoe noemt U: Hoorbaar zuigen aan een pijp (lurken) [N 80 (1980)] || paffen; Hoe noemt U: Op een hoorbare manier roken; geweldig veel roken (paffen, plotsen) [N 80 (1980)]
III-2-3
|