| 18838 |
kalm, bedaard |
kalm:
kalm (L268p Velden),
verstandig:
verstendig (L268p Velden)
|
bezadigd [SGV (1914)] || kalm [SGV (1914)]
III-1-4
|
| 34170 |
kalven |
kalven:
kalvǝ (L268p Velden)
|
Een kalf ter wereld brengen, gezegd van de koe. [JG 1a, 1b; N 3A, 46; S 16; L 1a-m; monogr.]
I-11
|
| 33352 |
kalverhokje, kalverbak |
kalverbak:
[kalver]bak (L268p Velden)
|
In de koe- of de kalverstal kunnen een of meer kalveren vetgemest of alleen maar gestald worden in een speciaal daarvoor bestemde kooi, kist, bak of box, of gewoon achter een plank in een hoek van de stal. Zie voor de fonetische documentatie van het woorddeel (kalver-) het lemma "kalverstal" (2.2.3). [N 5A, 45a; monogr.]
I-6
|
| 34224 |
kalverjuk |
haam:
hām (L268p Velden)
|
Driehoekig raam om de nek van een kalf. [N 3A, 14f]
I-11
|
| 33351 |
kalverstal |
kalverhok:
kalǝvǝrhǫk (L268p Velden)
|
De stal of de ruimte in de koestal waar de kalveren staan. Meestal is er geen afzonderlijke ruimte als kalverstal; de kalveren staan in een hoek van de koestal en deze hoek voor de kalveren wordt "kalverstal" genoemd. Vandaar dat n.a.v. de vraag "kalverstal" voor L 213, 248, 298, 381b, 386, Q 1, 113 en 202 koestal en voor L 270, 312, Q 34 en 102 stal werd opgegeven. Er zijn voor de kalverstal ook wel benamingen in gebruik, waaruit de leeftijd van de kalveren spreekt. Voor opgaven die een voor een kalf bestemde kist, bak, kooi e.d. betreffen, zie men het lemma "kalverhokje, kalverbak" (2.2.4). Zie voor de fonetische documentatie van het woorddeel (stal) het lemma "stal" (2.1.2). Zie ook de plattegronden in paragraaf 1.2. [A 10, 9b; L 38, 25; monogr.; add. uit N 5A, 45a en 47b]
I-6
|
| 18725 |
kam |
kam:
kaam (L268p Velden),
kām (L268p Velden),
wie ik woej keime ging de kaam kapot (L268p Velden)
|
kam [SGV (1914)] || Kam. Toen ik ’t wou kammen ging mijn kam stuk. [DC 39 (1965)] || Min of meer getande, rode, vlezige uitwas op de kop van kippen. [A 39, 3c; monogr.]
I-12, III-1-3
|
| 24509 |
kamille (alg.) |
hemdknoopje:
Stinkende kamille (Anthemis cotula L.)
hemd knupkes (L268p Velden),
kamille:
-
kamille (L268p Velden),
kruidwis:
Gele kamille (Anthemis tinctoria L.)
kroedwis (L268p Velden)
|
echte kamille [DC 50 (1975)] || gele kamille [DC 50 (1975)] || stinkende kamille [DC 50 (1975)]
III-4-3
|
| 18724 |
kammen |
kammen:
keime (L268p Velden),
wie ik woej keime ging de kaam kapot (L268p Velden)
|
kammen (ww.) [SGV (1914)] || Kammen. Toen ik ’t wou kammen ging mijn kam stuk. [DC 39 (1965)]
III-1-3
|
| 20599 |
kandeel |
warme grog:
werme grok (L268p Velden)
|
kandeel; Hoe noemt U: Warme drank bereid uit wijn (bier, melk) met eierdooiers, suiker en kaneel, al of niet met wittebrood (kandeel, zuipen) [N 80 (1980)]
III-2-3
|
| 19109 |
kans |
kans:
kans (L268p Velden)
|
kans: Als hij - ziet zal hij proberen je te bedriegen [DC 35 (1963)]
III-1-4
|