| 17619 |
onderlip |
onderlip:
òndərlìp (L210p Venray),
onderste lip:
ünderste lip (L210p Venray)
|
onderlip [DC 01 (1931)]
III-1-1
|
| 29700 |
onderschuiver |
insteker:
ēnstē̜kǝr (L210p Venray)
|
Arbeider die de vormbakken onder de vormbakpers schoof. [monogr.]
II-8
|
| 27891 |
ondersteunen |
stutten:
støtǝ (L210p Venray)
|
Een muur onderschragen met een stut of schoor. Zie voor de fonetisch niet gedocumenteerde vormen het lemma 'Muur'. [N 31, 48a; monogr.]
II-9
|
| 21148 |
onderstuk van een rijtuig |
wagen:
de wage (L210p Venray)
|
het onderstuk van een rijtuig [trein] [N 90 (1982)]
III-3-1
|
| 21282 |
onderwijzer |
onderwijzer:
ònderwiezer (L210p Venray)
|
onderwijzer; Hoe wordt hij tegenwoordig genoemd? [DC 48 (1973)]
III-3-1
|
| 21428 |
onderwijzeres |
juf:
juf (L210p Venray)
|
een vrouwelijke leerkracht aan een lagere school (basisschool) [meesteres, tietepoot, metres, meesterse] [N 90 (1982)]
III-3-1
|
| 19873 |
onderzetter |
onderzetter:
underzetter (L210p Venray),
treefje:
treefke (L210p Venray)
|
onderzetter || onderzettertje
III-2-1
|
| 21719 |
onderzoek |
onderzoek:
onderzuuk (L210p Venray),
’t oonderzuuk (L210p Venray)
|
alle naspeuringen in een zaak [onderzoek, visitatie] [N 90 (1982)]
III-3-1
|
| 18947 |
ondeugend, stout |
luistert slecht:
luustert slaecht (L210p Venray),
ondeugd:
ondeugd (L210p Venray),
stout:
staolt (L210p Venray)
|
stout, niet gehoorzamend aan bevelen, vooral gezegd van kinderen [ondeugend, ondeugendig, deugnietachtig] [N 85 (1981)] || stout, ondeugend
III-1-4
|
| 18948 |
ondeugende vrouw |
loeder:
en loeter (L210p Venray),
schoelie:
schoelie (L210p Venray)
|
een vrouw die zich niet aan de zedelijke normen houdt, zich niet volgens deze gedraagt, en zich er niet aan stoort [loeter] [N 85 (1981)]
III-1-4
|