| 30120 |
porringdraad |
porringdraad:
pǫreŋdrǭt (L210p Venray)
|
De draad waarmee de boog wordt afgetekend. Eén uiteinde van de draad wordt vastgehecht in het porringpunt, met het andere wordt de boog bepaald. Uit de woordtypen 'metselkoord' (L 292), 'metskoord' (Q 83), 'metsdraad' (L 360) en 'metseltouw' (L 432, Q 111) blijkt dat ook het 'metselkoord' als porringdraad werd gebruikt. In L 414 werd het aftekenen met behulp van een 'klokpasser' ('klǫkpasǝr') gedaan. [N 32, 17f]
II-9
|
| 30121 |
porringpunt |
porring:
pǫreŋ (L210p Venray)
|
Het middelpunt van de cirkel waarvan een te metselen boog een segment is. In het 'porringpunt' wordt de porringdraad vastgehecht. Zie ook de toelichting bij het lemma 'Porringdraad'. [N 32, 17e; monogr.]
II-9
|
| 19849 |
porselein |
porselein:
pǫrsǝlin (L210p Venray),
pǫrsǝlēn (L210p Venray)
|
Verzamelnaam voor ceramische produkten die gebakken zijn uit porseleinaarde waar zekere bijvoegsels door zijn gemengd. Porselein kenmerkt zich door het feit dat het in tegenstelling tot bijvoorbeeld gleiswerk, fijn, wit en halfdoorschijnend is en een ongekleurd, sterk glimmend glazuur vertoont. [Wi 53; L 35, 78; N 20, 5; monogr.]
II-8
|
| 19838 |
portaal |
portaal:
portaol (L210p Venray)
|
portaal
III-2-1
|
| 21482 |
portefeuille |
portefeuille (fr.):
portefullie (L210p Venray)
|
de kleine, platte, meestal leren, dubbele tas met vakjes, waarin mannen hun bankbiljetten, identiteitsbewijs enz. bij zich dragen [kamtas, portefoelie] [N 89 (1982)]
III-3-1
|
| 23695 |
portiuncula-aflaat |
portiuncula-aflaat:
portsionkele aflaot (L210p Venray)
|
De portiuncula-aflaat, die verdiend kon worden op het Portiunculafeest op 2 augustus [portsiónkela-ablas?]. [N 96B (1989)]
III-3-3
|
| 22807 |
portret, foto |
portret (<fr.):
petret (L210p Venray)
|
1. Portret, foto.
III-3-2
|
| 24365 |
pos |
jood:
WLD
jud (L210p Venray),
joodje:
judje (L210p Venray)
|
Hoe noemt u de pos: een zoetwatervis met een groenachtige bruine rug. De onderzijde is zilverwit. Hij is overdekt met bruine vlekjes, ook op de vinnen. Beide rugvinnen zijn door een vlies met elkaar verbonden. Hij kan ongeveer 20cm lang worden (post, pos, [N 83 (1981)] || pos (vis)
III-4-2
|
| 21203 |
postbode |
post:
de paost (L210p Venray),
de pôst (L210p Venray),
pōͅst (L210p Venray)
|
de persoon die de post bezorgt [bode, postbode, fak, fakteur, briefdrager, postknecht, postloper, post] [N 90 (1982)] || postbode [RND]
III-3-1
|
| 33573 |
postelein |
porselein:
porselien (L210p Venray, ...
L210p Venray)
|
postelein [ZND 05 (1924)], [ZND 15 (1930)]
I-7
|