| 23216 |
koor |
koor:
koer (Q208p Vijlen)
|
koor [SGV (1914)]
III-3-3
|
| 23541 |
koorhemd |
koorhemd:
koerhemp (Q208p Vijlen)
|
Het korte witte kleed dat de priester over zijn toog draagt [rochet, superplie, koorhemd?]. [N 96B (1989)]
III-3-3
|
| 18004 |
koorts |
fieber (du.):
fie-e-ber (Q208p Vijlen)
|
koorts [SGV (1914)]
III-1-2
|
| 23563 |
koorzanger |
zanger:
zinger (Q208p Vijlen)
|
Een koorzanger, lid van het zangkoor [zenger, koeërzenger?]. [N 96B (1989)]
III-3-3
|
| 21411 |
kopen |
gelden:
gelle (Q208p Vijlen),
gèle (Q208p Vijlen)
|
koopen [SGV (1914)] || kopen (geen context) [DC 37 (1964)]
III-3-1
|
| 19883 |
koper poetsen |
schuren:
šūrə (Q208p Vijlen)
|
metaal met behulp van vloeibare of zachte poetsmiddelen vlekvrij en glanzend maken [DC 15 (1947)]
III-2-1
|
| 19582 |
kopje |
tas:
tas (Q208p Vijlen)
|
een kop koffie [SGV (1914)]
III-2-1
|
| 21944 |
koppel |
koppel:
Algemene opmerking: deze vragenlijst is heel slecht ingevuld (alleen de vragen 1, 2, 20, 25, 105, 106, 149, 150 en 158 zijn beantwoord!).
koppel (Q208p Vijlen)
|
Wat is de dialectbenaming voor: een paar? [N 93 (1983)]
III-3-2
|
| 20368 |
koppelen |
koppelen:
Algemene opmerking: deze vragenlijst is heel slecht ingevuld (alleen de vragen 1, 2, 20, 25, 105, 106, 149, 150 en 158 zijn beantwoord!).
koppele (Q208p Vijlen)
|
Wat is de dialectbenaming voor: het bij elkaar zetten van duivers (doffers) en duivinnen? [N 93 (1983)]
III-3-2
|
| 19325 |
koppig |
koppig:
kùppig (Q208p Vijlen),
ps. omgespeld volgens Frings.
køͅp-pig (Q208p Vijlen),
kops:
ps. deels omgespeld volgens Frings.
køͅp}sch (Q208p Vijlen)
|
koppig [SGV (1914)] || vasthoudend aan eigen wil of inzicht [koppig, steeg, kop] [N 85 (1981)]
III-1-4
|