| 20109 |
korenbloem |
korenbloem:
kōǝnblǫm (Q208p Vijlen),
-
korrɛnbloom (Q208p Vijlen)
|
Centaurea Cyanus L. Een niet meer zo algemeen voorkomende plant met blauwe bloemen, een spinselachtig behaarde stengel en dunne lancetvormige bladeren, die groeit in korenvelden, op zandgronden en in bermen. De plant bloeit van juni tot augustus en varieert in hoogte van 30 tot 60 cm. [A 13, 14; L 34, 31; monogr.; add. uit JG 1b] || korenbloem [DC 13 (1945)]
I-5, III-4-3
|
| 24689 |
kornoeljesoorten |
gekleurd hout:
WLDGele kornoelje
gekleurt hoots (Q208p Vijlen, ...
Q208p Vijlen,
Q208p Vijlen)
|
De kornoelje. De witte kornoelje; struik met witte bloemen en witte bessen, 2-3 m hoog; takken aan de zonzijde rood, in de schaduw geel. [N 82 (1981)] || De kornoelje. Gele kornoelje me gele bloemen en karmijnrode vruchten, 3-7 m hoog; de geelbruine schors schilfert in kleine schubben af. [N 82 (1981)] || De kornoelje. Rode kornoelje; struik met witte bloemen en blauwzwarte bessen; 2-5 m hoog; takken aan de zonzijde purperrood en aan de schaduwkant groen (kroelie, kornoelje). [N 82 (1981)]
III-4-3
|
| 20617 |
korst |
korst:
koawsj (Q208p Vijlen)
|
korst; de harde buitenkant van kaas, brood, een pasteitje noemt men in het Nederlands korst. Gebruikt men dit in uw dialect ook? Zo ja, hoe wordt het uitgesproken? [DC 44 (1969)]
III-2-3
|
| 18013 |
kortademig |
dempig:
dempig (Q208p Vijlen)
|
dempig [SGV (1914)]
III-1-2
|
| 24737 |
korte dikke wortel |
dikke wortel:
WLD
dikke wotsele (Q208p Vijlen)
|
Korte, dikke wortels (mollestaarten). [N 82 (1981)]
III-4-3
|
| 21132 |
korter maken |
afsnijden:
aafsjieje (Q208p Vijlen)
|
een af te leggen afstand korter maken door een rechtere weg te nemen (richten) [N 90 (1982)]
III-3-1
|
| 23274 |
koster |
koster:
kuster (Q208p Vijlen)
|
De koster [köster, kuster, keuster?]. [N 96B (1989)]
III-3-3
|
| 21339 |
kostganger |
kostganger:
kos-geng-nger (Q208p Vijlen)
|
kostganger [SGV (1914)]
III-3-1
|
| 21550 |
kostschool |
kostschool:
koosschoel (Q208p Vijlen)
|
een school waar de leerlingen tevens voeding en huisvesting ontvangen [kostschool, pensionaat, interntaat] [N 90 (1982)]
III-3-1
|
| 20650 |
kotelet, ribstuk |
kotelet:
kottelette (Q208p Vijlen),
kotteletten (Q208p Vijlen),
einde been sjnitsel
cotelette (Q208p Vijlen)
|
gebraden varkensrib (karbonade) [DC 30 (1958)]
III-2-3
|