| 20712 |
kruim |
greumel:
gruu-e-mel (Q208p Vijlen)
|
kruim [SGV (1914)]
III-2-3
|
| 17573 |
kruin |
kruin:
krŭŭng (Q208p Vijlen)
|
kruin [SGV (1914)]
III-1-1
|
| 24540 |
kruipende boterbloem |
kraaivoet:
kroapoet (Q208p Vijlen)
|
Kruipende boterbloem (ranunculus repens 15 tot 50 cm hoog plantje met wortelende uitlopers; de stengels zijn opstijgend behaard; de bladeren zijn 3-tallig met ingesneden blaadjes; de bloemen hebben gegroefde steeltjes en zijn goudgeel van kleur; de kelk [N 92 (1982)]
III-4-3
|
| 17649 |
kruis |
kruis:
krŭŭts (Q208p Vijlen)
|
kruis [SGV (1914)]
III-3-3
|
| 23203 |
kruisbeeld |
kruisbeeld:
kruts bild (Q208p Vijlen),
krutsbeeld (Q208p Vijlen)
|
Een beeld van Christus-aan-het-kruis [kruus, kruuts, kruu(t)sbeeld, kruusse-fiks?]. [N 96A (1989)] || Een kruisbeeld, het geheel van kruis en de eraan gehechte Christusfiguur. [N 96B (1989)]
III-3-3
|
| 33551 |
kruisbes |
kroezel:
mv: -e
krosjele (Q208p Vijlen)
|
[DC 13 (1945)]
I-7
|
| 24656 |
kruisbladige wolfsmelk |
woelmuizekruid:
woelmoezekroet (Q208p Vijlen)
|
Kruidsbladwolfsmelk (euphorbia lathyrus). Forse plant van 1 m hoogte, met grote, vaak 6-8 cm lange en omstreeks 2 cm brede, grijsachtige groene bladeren (rattekruid, aberzop, klein spargie). [N 92 (1982)]
III-4-3
|
| 23717 |
kruisje van de rozenkrans |
kruisje:
krutske (Q208p Vijlen)
|
Het kruisje aan de rozenkrans. [N 96B (1989)]
III-3-3
|
| 24673 |
kruiskruid |
kruiskruid:
kruts kroet (Q208p Vijlen)
|
Kruiskruid (senecio 5 tot 50 cm groot. De bladeren zijn bochtig veerspletig, kaal of licht spinnewebachtig behaard; de bloemen staan in kleine, langwerpige hoofdjes, straalbloemen ontbreken, de schijfbloemen ontbreken; omwindselblaadjes met zwarte top ( [N 92 (1982)]
III-4-3
|
| 23705 |
kruisteken |
kruisteken:
kruutsteeke (Q208p Vijlen)
|
Een kruisteken [kruis, krèùs/kröös, kruus, kruuts, kruusteiken?]. [N 96B (1989)]
III-3-3
|