| 30861 |
leest |
leest:
lę̄s (Q208p Vijlen)
|
De pasvorm, meestal van beukenhout, waaraan men de schoenen maakt. "De leest waarop de schoen gemaakt wordt, moet als het ware net een afgietsel zijn van de voet, en voor wat de stand aangaat, geschikt zijn volgens de hoogte der hiel waarvoor hij zal gebruikt worden" (Dierick, pag. 7). [N 60, 185a; N 60, 244a; L 1a-m; L 30, 8; S; monogr.]
II-10
|
| 22749 |
leeuw |
leeuw:
lie-e-f (Q208p Vijlen)
|
leeuw [SGV (1914)]
III-3-2
|
| 20110 |
leeuwenbek |
leeuwenbekje:
leeuwe bekskes (Q208p Vijlen)
|
Leeuwenbekje (antirrhinum majus). De onderste bladeren staan bijna altijd kruisgewijs, de bovenste verspreid. Grote (ruim 3 cm), verschillend gekleurde bloemen met korte, brede kelkbladeren. De bloemen staan in trossen aan de stengeltoppen (kalfssnuit, kn [N 92 (1982)]
III-4-3
|
| 17815 |
leggen |
leggen:
legue (Q208p Vijlen)
|
leggen [SGV (1914)]
III-1-2
|
| 33409 |
legnest |
nest:
nes (Q208p Vijlen)
|
Het nest waarin de kippen hun eieren leggen. Est is door metanalyse uit nest ontstaan. [N 19, 32; A 48, 16e; monogr.; add. uit S 25]
I-6
|
| 23465 |
lei(en) |
kerkenlei(en):
kirkeleij (Q208p Vijlen)
|
Een lei, de leien op het dak van de kerk [laj, lajje?]. [N 96A (1989)]
III-3-3
|
| 24570 |
lelietje-van-dalen |
meibloem:
mei bloome (Q208p Vijlen),
meibloemetje:
mei blumkes (Q208p Vijlen)
|
Lelietje van Dalen (convallaria majalis). Een10 tot 25 cm grote plant met kruipende wortelstok, bladeren meestal 2, elliptisch, de bloeistengel is onbebladerd; de bloemen bevinden zich in eenzijdige trossen, klokvormig met 6 tandjes, wit gekleurd en geure [N 92 (1982)]
III-4-3
|
| 17643 |
lende |
lende:
ling-nge (Q208p Vijlen)
|
lendenen [SGV (1914)]
III-1-1
|
| 24895 |
lente, voorjaar |
vroegjaar:
vreug-joar (Q208p Vijlen),
⁄t vrugjaor (Q208p Vijlen)
|
lente [DC 39 (1965)], [SGV (1914)]
III-4-4
|
| 18955 |
lepe, doortrapte kerel |
schlaue, een - (< du.):
schloawwe (Q208p Vijlen)
|
zeer bedreven in het kwaad of in het kwaaddoen en daarbij zeer sluw [slim, glad, hel, leep, doortrapt] [N 85 (1981)]
III-1-4
|