| 24991 |
poeder, pulver |
pulver:
polver (Q208p Vijlen, ...
Q208p Vijlen)
|
tot fijn gruis of zeer fijne koreltjes gemaakte vaste stof [peder, pulver, poeder, stof] [N 91 (1982)] || tot poeder maken of worden [miezelen, verpulveren] [N 91 (1982)]
III-4-4
|
| 33707 |
poel |
poel:
pōl (Q208p Vijlen)
|
Klein ondiep, stilstaand water, veelal als troebel of smerig gedacht. Een poel heeft dan ook meestal een meer ongunstige betekenis dan een vijver. [N 27, 24; S 28; A 20, 1; A 2, 48; monogr.]
I-8
|
| 24949 |
poel, plas |
poel:
peul (Q208p Vijlen),
pool (Q208p Vijlen)
|
poel, vijver || poelen (mv.) [SGV (1914)]
III-4-4
|
| 19828 |
poetslap |
lommel:
luməl (Q208p Vijlen)
|
poetslap
III-2-1
|
| 19418 |
poken |
stokelen:
šty(3)̄kələ (Q208p Vijlen)
|
poken [SGV (1914)]
III-2-1
|
| 21437 |
politieagent |
blauwe, een ~:
blauwe (Q208p Vijlen)
|
een agent van politie [linkert, agent] [N 90 (1982)]
III-3-1
|
| 17657 |
pols |
pols:
pōls (Q208p Vijlen),
póls (Q208p Vijlen)
|
pols [DC 01 (1931)]
III-1-1
|
| 24431 |
pompen van de meikever |
tellen:
WLD
tille (Q208p Vijlen)
|
Hoe noemt u het herhaalde malen de vleugels bewegen voordat hij opvliegt, gezegd van een meikever (geld tellen) [N 83 (1981)]
III-4-2
|
| 19474 |
pook |
stovenijzer:
štūəvənīzər (Q208p Vijlen)
|
pook [SGV (1914)]
III-2-1
|
| 19957 |
poort |
poort:
pǫats (Q208p Vijlen),
pǭat (Q208p Vijlen),
pǭats (Q208p Vijlen),
pǭt (Q208p Vijlen)
|
Opgenomen zijn de benamingen die de poort in het algemeen. Zie ook de lemmata "stalpoort, staldeur" (2.1.3) en "schuurpoort" (3.1.2). Zie de afbeeldingen 22, (a) ronde poort; 23, (b) rechthoekige poort; en 24, (c) details van de poort. In de toegevoegde klankkaart zijn de lengte van klinker en de gevallen van pseudo-klankverschuiving van de slot-t aangegeven. Zie afbeelding 18. [N 7, 48a; JG 1a, 1b; A 10, 7a en 7b; L A2, 286; L 5, 56; L 12, 5; R (s]
I-6
|