e-WLD begrippen 

 
 
Filteren... plaats=Weert

Overzicht

Gevonden: 7826
BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
afbijten van koninginnecellen afbijten: āfbītǝ (Weert) Het verwijderen van overtollige koninginnecellen door het bijenvolk of de koningin zelf. [N 63, 65] II-6
afborstelen volzetten en afwerken: vǫlzętǝ ɛn āfwɛrǝkǝ (Weert) De in de voeg aangebrachte, nog natte mortel afborstelen. Zie ook de toelichting bij het lemma 'Borstelwerk'. [N 32, 34c] II-9
afdak afdak: aafdaak (Weert), āf˂dāk (Weert), dakje: dę̄kskǝ (Weert) afdak [SGV (1914)] || Een afdakje in plaats van een galerij ōf het afdakje boven de galerij bij een standerdmolen. [N O, 49b] II-3, III-2-1
afdingen afpingelen: aafpingele (Weert, ... ), handelen: handele (Weert), pingelen: pingele (Weert, ... ), pinkele (Weert) beknibbelen, Op de prijs ~, de prijs omlaag trachten te drukken [afpeekele, afprengelen, afpenkelen, pingelen?] [N 21 (1963)] || loven en bieden, de waren aanprijzen [koopman] en er een prijs voor bieden (koper) [handelen] [N 89 (1982)] || proberen minder te moeten betalen dan de gevraagde prijs [afdingen, afpingelen, afpekelen, penkeren, prengelen, pingelen] [N 89 (1982)] III-3-1
afdrogen afdrogen: āf˂dry(3)̄əgə (Weert) afdrogen III-2-1
afgejaagd volk afgejaagd volk: āfgǝjāqdj vǫlǝk (Weert), jager: jager (Weert) Het door jagen verkregen volk bijen dat met de koningin in de jaagkorf is terechtgekomen. Zie ook het lemma Jagen. [N 63, 90; N 63, 88c; monogr.] II-6
afgeroomde melk aflaat: āflǭt (Weert), ondermelk: ondermelk (Weert), oŋǝrmɛlk (Weert), oŋǝrmɛlǝk (Weert) De vloeistof die overblijft als de melk ontroomd is. [A 7, 15 en 17; A 23, 4a; L 27, 29; JG 1a, 1b; L 1u, 103; Lu 1, 3 en 4a; monogr.] I-11
afgetrokken zeug afgezuigde zeug: āf˲gǝzø̜i̯gdjǝ [zeug] (Weert) Een door het veelvuldig zogen vermagerde zeug. In vraag N 19, 22 werd gevraagd naar "een zeug die vermagerd is door ...", dus naar een zelfstandig begrip. In dit lemma is de nadruk gelegd op de eigenschap "vermagerd" en is het zelfstandig naamwoord zeug niet gedocumenteerd. Voor de documentatie van de verschillende woordtypen voor "zeug" en de bijbehorende dialectvarianten zie het lemma ''zeug'' (1.2.5). [N 19, 22; monogr.] I-12
afgunst jaloersigheid: sjeloezigheid (Weert) Afgunst, jaloezie. [N 96D (1989)] III-3-3
afgunstig jaloers: sjeloers (Weert) Afgunstig. [N 96D (1989)] III-3-3