18660 |
nachtpak |
hansop:
Van Dale: hansop, 2) wijd kledingstuk, gelijkende op de kleding der hansworsten, soort van overall, m.n. als nachtgewaad voor kinderen. vgl. WNT hanssop -hansop. 4) Bij overdracht. Naam voor een kleedingstuk (als nachtgewaad voor kinderen nog in gebruik), gelijkende op het gewaad van den hanssop, en bestaande uit lijf en broek met lange pijpen aan één stuk.
hansjoip (Q104p Wijk),
hansop (Q104p Wijk)
|
nachtpak, overall-achtig ~ met een klep aan de achterkant [hansop] [N 25 (1964)]
III-1-3
|
20282 |
navelbandje |
navelbandje:
naavelbèndsje (Q104p Wijk),
navelbendsje (Q104p Wijk)
|
navelbandje [nagelbendje] [N 25 (1964)]
III-2-2
|
24347 |
neet, luizenei |
neet:
eigen spellingsysteem
neet (Q104p Wijk),
niet (Q104p Wijk),
nieten (Q104p Wijk),
WLD (zoveel mogelijk)
nìet (Q104p Wijk)
|
neet, luizenei [N 26 (1964)]
III-4-2
|
17609 |
neus (spotnamen) |
gevel:
géeevel (Q104p Wijk),
kokkel:
koukel (Q104p Wijk)
|
neus: spotbenamingen [snoet, snotkoker, fok, fokker, kokker, domphoren, gevel, foemp] [N 10 (1961)]
III-1-1
|
18343 |
neus van een schoen |
neus:
neus (Q104p Wijk, ...
Q104p Wijk),
punt:
punt (Q104p Wijk)
|
neus van een schoen [snoet, tip, veusjte, teut] [N 24 (1964)]
III-1-3
|
17614 |
neusgaten |
neusgaten:
neusgate (Q104p Wijk)
|
neus: neusgaten [N 10 (1961)]
III-1-1
|
18619 |
nevelslinnen mutsje met plooienrand en kinbanden |
nevelskapje:
nievelskèpke (Q104p Wijk)
|
mutsje, nevelslinnen ~ met een plooienrand en kinbanden {afb} [nevelskepke, - kap, ievelskepke] [N 25 (1964)]
III-1-3
|
17698 |
nier |
nier:
neer (Q104p Wijk)
|
nier [N 10 (1961)]
III-1-1
|
18020 |
niezen |
niezen:
neese (Q104p Wijk)
|
niezen [niese, nieste] [N 10a (1961)]
III-1-2
|
21651 |
notariskosten |
schrijfgeld:
schriefgèld (Q104p Wijk)
|
gelden die bestemd zijn voor de notaris i.v.m. een openbare verkoping van onroerende goederen [ongelden, den bamis, onraad, herengeld?] [N 21 (1963)]
III-3-1
|