| 17609 |
neus (spotnamen) |
gevel:
gevel (K361p Zolder),
i.e. lange, forse neus.
gië.vel (K361p Zolder),
snuit:
lang snot (K361p Zolder)
|
een lange neus [ZND 39 (1942)] || neus, Een lange ~ (fokker, domphoren, vonk, koker, kuit, gevel). [N 106 (2001)]
III-1-1
|
| 34222 |
neusklem |
ring:
ręŋk (K361p Zolder)
|
Klem in de neus van een stier. [N 3A, 14d]
I-11
|
| 34370 |
neusring |
neusring:
nø̄sreŋk (K361p Zolder)
|
Ring in de neus van het varken die het wroeten moet beletten. [N 19, 26; JG 2c; mongr.]
I-12
|
| 17613 |
neusvleugel |
neusvleugel:
neusvleugel (K361p Zolder),
(j.)
neusvleu.gel (K361p Zolder)
|
Neusvleugel: beweeglijke buitenwand van een neusgat (neusvleugel, neusvleuger) [N 106 (2001)]
III-1-1
|
| 20482 |
nicht |
nicht:
nigt (K361p Zolder)
|
nicht; de kinderen van een oom of tante [ZND 11 (1925)]
III-2-2
|
| 34208 |
nierbekkenontsteking |
triets:
trits (K361p Zolder)
|
Een aandoening van de pisbuis, vervolgens van de blaas en van een van de pisleiders en tenslotte van het nierbekken. De kwaal komt bijna uitsluitend bij het vrouwelijk dier voor. De dieren hebben minder eetlust, herkauwen weinig, vermageren, hebben een droge en stugge huid. Ze urineren telkens in kleine hoeveelheden. De oorzaak is een bepaalde smetstof. Zie ook het lemma ''chronische nier- en nierbekkenontsteking'' in wbd I.3, blz. 486. [N 3A, 94; N 52, 29; A 48A, 43]
I-11
|
| 34153 |
niet behouden |
herlopen (ww.):
hęrlupǝ (K361p Zolder)
|
Niet bevrucht. De koe wordt drie weken na de dekking weer tochtig. [N 3A, 32b]
I-11
|
| 34154 |
niet drachtig |
muntig:
mø.ntex (K361p Zolder)
|
[JG 1a, 1b; Gwn V, 4; monogr.]
I-11
|
| 29101 |
niet glad |
bol:
bǫ.l (K361p Zolder)
|
Niet glad, gezegd van een zak of soms van een colbert, onder in de ronding. [N 59, 96; N 59, 104]
II-7
|
| 29100 |
niet glad hangen |
blazen:
men zegt van een colbert: diǝn bluǫst (K361p Zolder),
optrekken:
optrɛkǝ (K361p Zolder),
rimpelen:
rempǝlǝ (K361p Zolder),
trekken:
trękǝ (K361p Zolder)
|
Het niet glad afhangen van het colbert onder in de ronding. [N 59, 96; N 59, 104]
II-7
|