e-WLD begrippen 

 
 
Filteren...

Overzicht

Gevonden: 1

BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
kieskauwer bekken-mich-niet: bekke mich neet (Stein), beuzelaar: buzeleer (Merkelbeek), briggelaar: verzamelfiche ook mat. van ZND 1(a-m)  briggeleer (Stevoort), christelijke, een -: verzamelfiche ook mat. van ZND 1(a-m)  kristelĭken (Kleine-Brogel), difficiele, een -: nən diffisielə (Leopoldsburg), verzamelfiche ook mat. van ZND 1(a-m)  divesile (Sint-Truiden), femel: femel (Heythuysen), femelaar: fémaléér (Horst), fetser: fetsjer (Gronsveld), fètscher (Schimmert), fêtscher (Schimmert), fiemel: fiemel (Kerkrade, ... ), streep onder de ie  fieməl (Simpelveld), fiemelaar: fiemeler (Meerssen), fīēmëlêr (Tongeren), fijnbek: verzamelfiche ook mat. van ZND 1(a-m)  fijnbek (Sint-Truiden), fijne, een -: fijne (Tessenderlo), verzamelfiche ook mat. van ZND 1(a-m)  fijne (Ulbeek), fijnpikker: fienpikker (Hamont), fijnproever: fienpreuver (Maastricht), fīēnpreuver (Roermond), finter: fintər (Tegelen), fipper: fipper (Amby, ... ), fippər (Caberg, ... ), maastrichts dialekt  fippər (Valkenburg), fipperd: fippert (Geulle, ... ), fippért (Heugem), fippərt (Caberg), fitsel: fĭĕtschel (Gulpen), fitselaar: fitsəlîer (Horn), fitsfetser: verzamelfiche ook mat. van ZND 1(a-m)  fitsfetser (Maastricht), fletser: fletsjer (Gronsveld), gierbek: gej.erbek (Hasselt), verzamelfiche ook mat. van ZND 1(a-m)  gierbek (Sint-Lambrechts-Herk, ... ), grommelpot: verzamelfiche ook mat. van ZND 1(a-m)  grommelpot (Houthalen), gruməlput (Wellen), keukenpieter: verzamelfiche ook mat. van ZND 1(a-m)  keukepieter (Mheer), kevelkont: kīēvelkont (Opglabbeek), kevelneus: kéévəlneus (Horst), keveraar: keeveréér (Meeuwen), keveréér (Opglabbeek), kiehveraer (Genk), kiējəvəreer (Loksbergen), kīēveréér (As), verzamelfiche ook mat. van ZND 1(a-m)  keverēͅr (Mechelen-aan-de-Maas), kēvereͅrə (Genk), kēvərēͅr (Mechelen-aan-de-Maas), kievereer (Duras, ... ), kievereeër (Wijer), kieverer (Koersel, ... ), kieverujer (Heers), kīvərēͅr (Lanaken), keverbek: kĭĕverbék (Vlijtingen), een kieskauwer  kieverbêk (Bilzen), verzamelfiche ook mat. van ZND 1(a-m)  kēvərbeͅk (Vroenhoven), kieverbek (Hees, ... ), kīəvərbek (Zichen-Zussen-Bolder), keverkont: kiehverkont (Genk), verzamelfiche ook mat. van ZND 1(a-m)  kieverkont (Voort), kevernaas: ke͂vernaas (Velden), keverpie: verzamelfiche ook mat. van ZND 1(a-m)  kieverpie (Sint-Lambrechts-Herk), kiskont: kiskont (Meeuwen), kisperaar: kisperer (Opglabbeek), kispərər (Opglabbeek), verzamelfiche ook mat. van ZND 1(a-m)  kiesperair (Niel-bij-As), kisperer (Bilzen), kisperbek: verzamelfiche ook mat. van ZND 1(a-m)  kiesperbek (Millen), kisperbek (Rijkhoven), kisperkont: een kieskauwer  kisperkont (Bilzen), kleine eter: kleine ééter (Venlo), klingə eejətər (Epen), klewser: klewser (Castenray, ... ), kleͅwsər (Castenray, ... ), knasselaar: verzamelfiche ook mat. van ZND 1(a-m)  knasseleeər (Hoepertingen), knauwelaar: knauweleer (Eys), knouweléér (Tungelroy), knetselaar: knetseleer (Zonhoven), knetseliër (Hasselt), verzamelfiche ook mat. van ZND 1(a-m)  knetseler (Sint-Lambrechts-Herk), knɛtsəli̯ēr (Diepenbeek), knetser: knetzer (Eksel), verzamelfiche ook mat. van ZND 1(a-m)  kneͅtsər (Zonhoven), kniezer: verzamelfiche ook mat. van ZND 1(a-m)  kniezer (Oostham, ... ), kniezerd: verzamelfiche ook mat. van ZND 1(a-m)  kniezert (Houthalen), knorpot: verzamelfiche ook mat. van ZND 1(a-m)  knorpot (Sint-Truiden), knuizerd: knuizerd (Vlodrop), knuizert (Reuver), krentenschijter: verzamelfiche ook mat. van ZND 1(a-m)  krentesjeiter (Bilzen), kribbenbijter: een kieskauwer  kribbebeiter (Bilzen), kriekelenbok: een kieskauwer  kriekelebok (Bilzen), krijtelijke eter: eine kriêteliken èter (As, ... ), kritsel: een kieskauwer  kritsel (Bilzen), kwispelaar: kwïspëlêr (Tongeren), lastige eter: lestige âeter (Buchten), lestige èter (Thorn), lêstige êter (Hoeselt), verzamelfiche ook mat. van ZND 1(a-m)  lestigen eter (Sint-Truiden), lekkerbek: verzamelfiche ook mat. van ZND 1(a-m)  lekkerbek (Beringen, ... ), leͅkkərbeͅk (Lummen), lekkerd: lekkert (Herten (bij Roermond)), lekkere, een -: verzamelfiche ook mat. van ZND 1(a-m)  lekkere (Tessenderlo), lekmuil: lekmoel (Castenray, ... ), lɛkmul (Gennep, ... ), verzamelfiche ook mat. van ZND 1(a-m)  lekmoel (Gerdingen), leͅkmul (Hamont), leknaas: leknaas (Beesel, ... ), leknáás (Steyl), lèknaes (Kesseleik), lèknáás (Heythuysen), verzamelfiche ook mat. van ZND 1(a-m)  leknaas (Grote-Brogel), lekneus: lekneus (Venlo), lɛknø̄s (Gennep, ... ), leksnaas: verzamelfiche ook mat. van ZND 1(a-m)  leksmoel (Gerdingen), leksnuit: lɛksnyt (Gennep, ... ), likmuil: likmŏĕl (Gennep), miezerik: verzamelfiche ook mat. van ZND 1(a-m)  mizerik (Tessenderlo), mossel: mossel, schelp  mósjel (Sittard), muis: môês (Ubachsberg), pemelaar: peeməlîer (Hunsel), pemelieër (Ell), peuzelaar: peuzelaer (Wijlre), peuzelèèr (Heerlerbaan/Kaumer), peuzeléér (Oirsbeek), pūūəzəléér (Doenrade), peuzelaard: peuzelert (Ospel), pikbeest: pikbîês (Grevenbicht/Papenhoven), pikjanus: pikjanəs (Sweikhuizen), pik⁄jàànəs (Brunssum), pikkelaar: p‧ekəl‧ēͅr (Neeroeteren), pikker: pekər (Meeswijk), pikker (Beek, ... ), pikkər (Amstenrade, ... ), pĭĕkkər (Valkenburg), Verklw. pe¿\\rk\\s pikker  peʔər (Lommel), verzamelfiche ook mat. van ZND 1(a-m) voor kinderen  peͅkkər (Lanaken), pikkerd: ene pikkerd (Doenrade), pikkerd (Beek, ... ), pikkert (Brunssum, ... ), pikkərt (Geleen, ... ), iemand die traag eet  pikkert (Tungelroy), verzamelfiche ook mat. van ZND 1(a-m)  pikərt (Boorsem), pikmajoor: pikmajoor (Sittard), piknaas: pe.kn‧ās (Eys, ... ), piknáás (Geleen), pin: pinne (Roermond), pintenneuker: dae is met aete eine pinteneuker  pinteneuker (Venlo), pintneuker: pintneukər (Venlo), pitser: pitscher (Sint-Odiliënberg), pitser (Maasbracht, ... ), pitsjer (Posterholt), pitsər (Kapel-in-t-Zand, ... ), pîêtsjər (Heerlen), pitserd: piedsjerd (Doenrade), pitsert (Herten (bij Roermond)), pitsört (Stevensweert), pitzərt (Caberg), pritser: pritser (Opglabbeek), pritsər (Opglabbeek, ... ), verzamelfiche ook mat. van ZND 1(a-m)  pritsər (Genk), profijtelijke, een -: ne prefĭĕtelike (As), protter: verzamelfiche ook mat. van ZND 1(a-m)  protter (Oostham), pruimenzeiker: prêuməzéékər (Jabeek), slechte eter: slechtjte aiter (Ospel), sléchten éétər (Venlo), šlɛ̄xtə ɛ̄jətər (Teuven), slegte ééter  slechtə èètər (Meijel), slechte eterd: slechte êtert (Neeroeteren), slokbeest: verzamelfiche ook mat. van ZND 1(a-m)  sloekbiest (Rotem), slokker: slukker (Echt/Gebroek), verzamelfiche ook mat. van ZND 1(a-m)  sloeker (Rotem), slokkerd: sjlôekərt (Schimmert), slokkert (Ittervoort), slukkert (Montfort), slókkert (Montfort), slokmuil: sjlōēkmōēl (Jabeek), sjlôkmoeël (Herten (bij Roermond)), slokmoel (Montfort), sloknaas: sjlòknaas (Melick), sjlôk’naas (Tegelen), sloknaas (Haler), slóknaas (Kelpen), slokriem: sjlokreem (Pey), smelenpikker: smelepikker (Venlo), snuiker: verzamelfiche ook mat. van ZND 1(a-m)  snuiker (Kaulille, ... ), snuitpot: verzamelfiche ook mat. van ZND 1(a-m)  chnutspot (Remersdaal), soepnaas: verzamelfiche ook mat. van ZND 1(a-m)  soepnaz (Opglabbeek), soppertje: söpperke (Tungelroy), stijfvreter: sjtiefvraeter (Geleen), sjtiefvräeter (Geulle), sjtiéfvrëter (Gronsveld), tisnaas: tisnaas (Sevenum, ... ), tisneus: tisneus (Meerlo, ... ), tisser: tesər (Castenray, ... ), tisser (Maasbree, ... ), tisserd: tissert (Sevenum), traaghals: troghals (Hoensbroek), trage: trōāge (Schimmert), treugelaar: trōēgelīēr (Kelpen), treuzel: trêûzöl (Stevensweert), treuzelaar: enne treuzelèèr (Born), treuzelaer (Hoensbroek), treuzelair (Neeroeteren), treuzelèr (Vijlen), treuzelboks: treuzelbôks (Venlo), treuzelzak: treuzelzak (Vlodrop), vies varken: verzamelfiche ook mat. van ZND 1(a-m)  vies verreke (Lommel), viesbek: verzamelfiche ook mat. van ZND 1(a-m)  viesbek (Lommel), viesneus: verzamelfiche ook mat. van ZND 1(a-m)  viesneus (Lommel), viesperneus: vispərnø̄s (Blitterswijck, ... ), vieze protocol: verzamelfiche ook mat. van ZND 1(a-m)  vieze protekol (Heppen), vieze, een -: verzamelfiche ook mat. van ZND 1(a-m)  viezen (Lommel), viezerik: verzamelfiche ook mat. van ZND 1(a-m)  viezerik (Ulbeek), zatlap: verzamelfiche ook mat. van ZND 1(a-m)  zatlap (Hoepertingen), zatte prij: een kieskauwer  ’n zaote praaj (Bilzen), zatvreter: zatvraeter (Castenray, ... ), zat˃vrēͅtər (Gennep, ... ), zauwelaar: zenjelaer (Geleen), ⁄ne zawwelaer (Klimmen), zeiker met eten: zeiker met eate (Blerick), zemelaar: zemelaer (Venlo, ... ), zemmelaer (Tegelen), zemelaar met eten: zeemelaer met eate (Blerick), zeuteraar: zŭŭterèèr (Schimmert), ⁄ne zueteraer (Klimmen), zeuterzak: zeutərzák (Swalmen), zeveraar: zejvəréér (Sittard), zeveräer (Eys), zeveraar met eten: zieveraar met eate (Blerick), zoete, een -: verzamelfiche ook mat. van ZND 1(a-m)  zōtə (Alt-Hoeselt), zoutzak: verzamelfiche ook mat. van ZND 1(a-m)  zoĭtzak (Rutten), zuinige, een -: zūūnəgə (Horn) die alleen maar echt lekkere, fijne zaken eet || een kind dat weinig eet en slechts hier en daar iets uitpikt en oppeuzelt || eten (kieskeurig -) || fijnmuil || hij of zij die langzaam en met tegenzin en weinig eet || iemand die alleen van zijn bord eet wat hij lust, hebzuchtig, gulzig mens || iemand die erg kieskeurig aan tafel is || iemand die erg kieskeurig is met eten || iemand die met onderbrekingen en tegen zijn zin eet || iemand die traag en met lange tanden eet || iemand die weinig eet || kieskeurig [ZND 27 (1938)] || kieskeurig eter || kieskeurig persoon, iemand voor wie het beste en het lekkerste nog niet genoeg is || kieskeurige eter in ongunstige zin || kind dat niet dooreet || lastig met eten, gezegd van iemand die weinig eet [N 80 (1980)] || lastig met eten; Hoe noemt U: Lastig met eten, gezegd van iemand die altijd weinig eet [N 80 (1980)] || persoon die kieskeurig bij het eten is en zogezegd "beter"gewend is en ook nog verkwistend met eten omgaat || persoon die lang op zijn eten blijft kauwen || persoon die lang op zijn/haar eten blijft kauwen || persoon die met onderbrekingen en met tegenzin eet || persoon die weinig eet; kieskeurige eter || smulpaap, verwende eter || te kieskeurig eter || zonder eetlust eten; Hoe noemt U: Traag en zonder eetlust eten (pieliën) [N 80 (1980)] III-2-3