e-WLD begrippen 

 
 
Filteren... plaats=Well

Overzicht

Gevonden: 1884

BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
bastaardvijl bastaardvijl: bastǝrt˲vīl (Well) Vijl met een niet al te grove of al te fijne kap. In grofte bevindt de bastaardvijl zich tussen de grove vijl en de zoetvijl. Meestal heeft het blad van een bastaardvijl ongeveer 26 tanden per inch (Handboek Gereedschap, pag. 238). De bastaardvijl kan diverse vormen hebben. Volgens verschillende informanten (L 192a, 213, 289, 299, 321, 331, 371, Q 18, 86, 95, 99*, 108, 113, 117, 118, 121c) heeft de bastaardvijl een grof blad. Vgl. ook het vorige lemma. [N 33, 88; N 33, 86; N 64, 53d; N 64, 53g] II-11
bed bed: be̝t (Well) bed [RND] III-2-1
bedevaart bedevaart: bêvrt (Well) bedevaart [SGV (1914)] III-3-3
bedorven ei schiere eieren: sxīr ęi̯ǝr (Well) [N 19, 54d; L 6, 39; S 31; monogr.] I-12
bedriegen bedriegen: bedriegen (Well) bedriegen [SGV (1914)] III-1-4
bedroefd bedroefd: bedruufd (Well) bedroefd [SGV (1914)] III-1-4
bedsprei bedsprei: be̝tspreͅi̯ (Well) bedsprei [RND] III-2-1
beemd band/bend: bǫnt (Well) Het begrip beemd is, getuige ook de bronnenopgave bij dit lemma, vaak afgevraagd. Op grond van de informatie die de informanten bij hun antwoord gaven, springen er twee betekenissen uit van beemd. De eerste is ø̄lager gelegen, vochtig weilandø̄ en de tweede is ø̄hooiweide of hooilandø̄. Een aantal informanten vermeldt erbij dat beemd weiland is aan de Maas of aan een beek. Enkele andere bijvoegingen zijn: ø̄slechte wei met veel onkruidø̄, ø̄grasland zonder omheiningø̄, ø̄weiland met enkele bomenø̄, ø̄stuk zure grondø̄. De lage ligging wordt nogal eens als een slechte eigenschap, als minderwaardig, gewaardeerd. Sommige informanten geven aan dat een beemd iets anders is dan een broek. Mede door de diverse bijvoegingen bij de antwoorden zijn de beemd-opgaven daarom niet verwerkt in lemma 1.3.2 ɛlaaggelegen weidegrondɛ, waarin de broek-opgaven domineren. Binnen de woordtypen beemd en band/bend is niet altijd met zekerheid te zeggen of ze enkel- of meervoud zijn. Waar dit met zekerheid te zeggen is, is dit aangegeven.' [N 14, 53; N 14, 52; N 14, 50a; N 14, 50b; N 6, 33b; N P, 5; JG 1a, 1b, 1c; L 19b, 2aI; L 1a-m; L 4, 40; A 10, 4; S 2, 5, 43; Wi 6; RND 20; Vld.; monogr.] I-8
been been: bīējn (Well) been [SGV (1914)] III-1-1
begerig begerig: begèrig (Well) begeerig [SGV (1914)] III-1-4