e-WLD begrippen 

 
 
Filteren...

Overzicht

Gevonden: 1

BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
onrustig bedrijvig: bedrieevig (Weert), blitzig: blit-tsieg (Kerkrade), geen ruhe (du.): gein roe (Montfort), gèng raow (Wijlre), jing rouw (Vaals), geen ruhe (du.) in de prij: cf. in RhWb VII, kol. 582 de varianten bij s.v. Ruhe  gein row in de priej (Schinnen), geen rust: gein rast (Nunhem), gen rôs (Swalmen), geͅjn ras (Opgrimbie), geen zittend gat: gei zittendj gaat (Weert), gejaagd: gejaagdj (Neer), ongedurig: ongedurig (Meeuwen), ongeduurig (Montfort), ongədūūrəg (Loksbergen), onruhig (< du.): onruiich (Wijnandsrade), onruiig (Voerendaal), ònruiig (Noorbeek, ... ), ónrui’-ieg (Bleijerheide, ... ), onrustig: onressig (Geleen), onrestig (Herten (bij Roermond), ... ), onruistig (Montfort), onrustig (Eys, ... ), onröstig (Altweert, ... ), onrûstig (Melick, ... ), onrəstich (Urmond), onrəstig (Thorn), oonrustig (Maastricht), oonrŭĭig (Mheer), oonrèstig (Heel), oonröstig (Maastricht), ònräösteg (Castenray, ... ), ónrustəch (Epen), ónréssig (Uikhoven), ónröstig (Blitterswijck, ... ), ónrùstig (Tongeren), ônrastig (Stokkem), ônröstig (Venlo), ôonrèùstich (Swalmen), op hete kolen: op heite kaole (Herten (bij Roermond)), opgejaagd: opgejacht (Eksel), opgeregt (< du.): opgereig (Nieuwstadt), raspelachtig: raospelechtig (Altweert, ... ), mar.: vroeger bestond er een rasphuis, raspelhuis = gekkenhuis  raospelechtig (Leuken), rusteloos: rèùstelôôs (Swalmen), rösteloes (Maastricht), röstelôos (Doenrade), vliegende: vleegende (Maastricht), wiebelig: wieb’belieg (Bleijerheide, ... ), wispelturig: wispelturig (Ittervoort), zenuwachtig: zenuwegtich (Merkelbeek) een onrustig persoon, persoon die geen rust heeft, altijd bezig is [roerwarmoes] [N 85 (1981)] || geen rust hebben [N 85 (1981)] || hij heeft geen rust [ZND 42 (1943)] || in heel grote haast [hap, snap] [N 85 (1981)] || ongedurig, onrustig || onrustig III-1-4