e-WLD trefwoorden 

 
 
Filteren...

Overzicht

Gevonden: 140309
TrefwoordBegrip: dialectopgave (plaats)Toelichting
dik gemoerd troebel, vuil (water):   dik gemuurd (Meerlo) III-4-4
dik glas enkeldik, dubbeldik vensterglas:   dek ˲gloas (Houthalen), dik ˲glās (Noorbeek, ... ) II-9
dik hoofd gezicht (spotnamen): Lief bedoeld.  dik hoofd (Neeritter) III-1-1
dik hout middenstuk van de boom:   døk hōt (Diepenbeek) II-12
dik ijs dragen, gezegd van ijs:   diek ies (Posterholt), dik (Loksbergen, ... ), dik ies (Vaals, ... ) III-4-4
dik ijzer staakijzer van de watermolen:   dik ęjzǝr (Hoeselt) II-3
dik in de centen zitten rijk zijn:   dik in de cente zitte (Susteren) III-3-1
dik in de schijven zitten rijk zijn: Algemene opmerking: invuller noteert als spellingssysteem Veldeke, maar met een vraagteken erachter; de lijst is gewoon in het "Nederlands"ingevuld en heb het daarom maar letterlijk overgenomen (dus niet omgespeld!).  dik in de sjieve zitte (Ulestraten) III-3-1
dik kanon grof gebouwde vrouw:   dik kenon (Beverst) III-1-1
dik lopen in verwachting zijn:   dei lip diek (Genk) III-2-2