e-WLD trefwoorden 

 
 
Filteren...

Overzicht

Gevonden: 1

TrefwoordBegrip: dialectopgave (plaats)Toelichting
kemel dakwelving boven een schuurpoort:   kēmǝl (Maaseik), domme man: cf. WNT VII kol. 2115 s.v. "kemel"(= kameel) 2a. domkop etc.  kéəməl (Zonhoven), scheldw. man/vrouw  keimel (Sint-Truiden), futloze jongen:   kemel (Jeuk), grof gebouwde vrouw:   ene kemel (Sint-Pieter), voor een vrouw  unne keemel (Sint-Pieter), kameel:   ke.məl (Meeuwen), keijemel (Wellen), keimel (Sint-Truiden, ... ), kemel (Achel, ... ), kieëmel (Brunssum), kjemmel (Eigenbilzen), kjèmel (Eigenbilzen), kjɛməl (Eigenbilzen), kèiməl (Niel-bij-St.-Truiden), kémel (Hoeselt), kémël (Hoeselt, ... ), kêêməl (Rekem, ... ), In het liedje: op ne gouwe -, op ne gouwe ossekop; gewoner is kameel, kemeel (ke- = k\\; klemt. op -meel).  kemel (Maastricht), naast kameel  kee.mel (Zolder), Vero., of spreektaal: kemel.  kee.mel (Zolder), koe met lange poten:   kēmǝl (Hasselt), lam:   kēmǝl (Oirlo), magere koe:   kēmǝl (Zepperen), onnozel persoon: (= kameel).  kjèmel (Eigenbilzen) I-11, I-12, I-6, III-1-1, III-1-4, III-3-2