e-WLD begrippen 

 
 
Filteren... dialect=L288b plaats=Laar

Overzicht

Gevonden: 1460
BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
haagappel meelbeertje: rode bessen van de meidoorn  maelbieërkes (Laar) meidoornbes III-4-3
haagbeuk heggenteer: heggeterre (Laar) haagbeuk III-4-3
haagwinde heggenbloem: hegkebloom (Laar), pispotje: convolvulus sepium  pispötjes (Laar), slaapmutsje: slaopmötske (Laar) haagwinde III-4-3
haan haan: hān (Laar), koekeloeris: kukǝlūres (Laar) Het mannetje van de hoenderen. [N 19, 39; A 39, 3c; A 6, 1a; A 2, 30; L 7, 27; L 14, 19; L 26, 17; L 1a-m; JG 1a, 1b; Wi 13; Wi 17; Gwn 5, 15 add.; Vld.; monogr.] I-12
haarblok haarblok: hārblǫk (Laar) Het haarblok is het houten voorwerp waarin het haarspit wordt vastgezet als men het niet in de grond zet. Soms heeft het haarblok een zodanige vorm en omvang dat men er tevens schrijlings op kan zitten; vaak heeft het dan de vorm van een hoefijzer. Bij de mondelinge enquêtes in Belgisch Limburg is aangetekend waar het haarblok is aangetroffen; dit gebied is op kaart 25 aangegeven. Ook buiten dit gebied komen benamingen voor het haarblok voor, zoals uit het lemma blijkt. Zie afbeelding 8. [N 18, 88; JG 1b, 1c, 1d, 2c; A 4, 28e; L 20, 28e; add. uit N 11, 85, N 15; A 23, 16] I-3
haas haas: haas (Laar) haas III-4-2
haast hebben heksen: hekse (Laar), jagen: jaage (Laar), zich haasten: zich haoste (Laar), zich spoeden: zich speuje (Laar) haasten, spoeden || snel iets doen, zich haasten || zich haasten || zich spoeden III-1-4
haastig haastig: haostig (Laar) haastig III-1-4
hagelen hagelen: haachele (Laar) hagelen III-4-4
hakbord hakvlootje: hak˃vly(3)̄ətjə (Laar) hakbord voor vlees en groente III-2-1