e-WLD begrippen 

 
 
Filteren... dialect=Q101a plaats=Sibbe/IJzeren

Overzicht

Gevonden: 248

BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
doodskist zerk: zerik (Sibbe/IJzeren, ... ) doodskist; hoe noemt men het houten voorwerp, waarin de dode in het graf wordt gelegd [DC 23 (1953)] || Hoe noemt men het houten voorwerp, waarin de dode in het graf wordt gelegd? [DC 23 (1953)] III-2-2, III-3-3
doorn, stekel doorn (mv.): deun (Sibbe/IJzeren) doornen [DC 23 (1953)] III-4-3
draaien draaien: driə (Sibbe/IJzeren) draaien [DC 02 (1932)] III-1-2
dragen dragen: dra:gə (Sibbe/IJzeren) dragen [DC 02 (1932)] III-1-2
drenzen granden: rangkə (Sibbe/IJzeren) drenzen: de kinderen drenzen de hele dag [DC 16 (1948)] III-1-4
drijftol kokkerel: koekərel (Sibbe/IJzeren) Hoe noemt men het kinderspeelgoed dat paddestoel- of kegelvormig is en dat met een zweep wordt voortgedreven? [tol] [DC 24 (1953)] III-3-2
droogdoek, theedoek schotelsplag: šōtəlsplak (Sibbe/IJzeren) de doek waarmee het afgewassen vaatwerk wordt gedroogd; zijn er verschillende soorten [DC 15 (1947)] III-2-1
druilerig en koud weer nat (weer): ps. omgespeld volgens IPA! (ps. welke a er bedoeld wordt, is niet duidelijk; het kan ook de andere a zijn, dus omgespeld: å).  nāt (Sibbe/IJzeren) nat [DC 02 (1932)] III-4-4
eekhoorn eekhoorntje: eikkeunsje (Sibbe/IJzeren) eekhoorn [DC 07 (1939)] III-4-2
een verkoudheid hebben de snop hebben: ich hub de ṣnoep (Sibbe/IJzeren) Verkoudheid. Op welke wijze wordt dit gewoonlijk uitgedrukt? B.v. Ik ben ~ [DC 27 (1955)] III-1-2