e-WLD begrippen 

 
 
Filteren... dialect=P050p plaats=Herk-de-Stad

Overzicht

Gevonden: 3119

BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
altaar altaar (<lat.): op dən ōͅtār (Herk-de-Stad) Op het altaar (let op het geslacht!) [ZND 32 (1939)] III-3-3
andere damesschoenen dansschoen: Lage hak.  dansschoen (Herk-de-Stad), feestschoen: hoge hak  feestsXun (Herk-de-Stad) damesschoenen; inventarisatie overige soorten; betekenis/uitspraak [N 24 (1964)] III-1-3
andere jaktypen zeven achtste mantel: 7/8 mantel waar kleed nog onderuit komt  zeͅivə axstə (Herk-de-Stad) jak; inventarisatie overige soorten; betekenis/uitspraak [N 23 (1964)] III-1-3
andere nachtkleding: nachtjas bedjasje: beͅtjaskə (Herk-de-Stad) nachtkleding: inventarisatie overige soorten; betekenis/uitspraak [N 25 (1964)] III-1-3
andijvie andijve: andēͅve (Herk-de-Stad, ... ), andijvel: andēͅvəl (Herk-de-Stad) [Goossens 1b (1960)] [ZND 01 (1922)] [ZND 32 (1939)] I-7
ang ang: (Herk-de-Stad), angkot: aŋkūǝt (Herk-de-Stad) Het dun toelopende uiteinde van de sluisstijlen dat past in een daarmee overeenstemmend gat van de sluisbalk en de slagdorpel, het anggat. In het lemma zijn zowel benamingen voor de ang als voor het anggat opgenomen. [Vds 37; Jan 33] II-3
angel angel: aŋǝl (Herk-de-Stad), áŋǝl (Herk-de-Stad) Het verdedigingsmiddel van de bij dat zich aan het achterlijf bevindt. Het is een scherp, hol spiesje, van weerhaakjes voorzien en verbonden met een gifblaasje. Hiermee steken moer en werkbij. De dar mist dit wapen. [N 63, 73a; L 32, 26; JG 1a+1b; monogr.] II-6
angel van bij of wesp angel: angel (Herk-de-Stad, ... ) angel [Willems (1885)] || angel, van bij of wesp [ZND 32 (1939)] III-4-2
anjelier genoffel: ook ZND 1 (a-m) en ZND 1u, 007  žənūfəl (Herk-de-Stad), giroffel: ook ZND 1 (a-m) en ZND 1u, 007  žeroͅfəls (Herk-de-Stad) Anjelier, Fr. oeillet, Lat. Dianthus [ZND 15 (1930)] I-7
anjer, anjelier (dianthus caryophyllus l.) genoffel: -  zənufəl (Herk-de-Stad), geroffel: -  zərofəl (Herk-de-Stad) tuinanjer III-2-1