| 29010 |
plooi |
plooi:
plōj (L414p Houthalen),
vouw:
vā (L414p Houthalen)
|
Elk van de rimpels of golfachtige vormen die in een weefsel ontstaan, wanneer zij op korte afstanden in tegengestelde richting omgeslagen worden. Zie voor diverse soorten plooien afb. 45. [N 62, 12c; N 62, 12b; L 40, 50; Gi 1.IV, 35; MW; monogr.]
II-7
|
| 19432 |
pluimenborstel, plumeau |
pluimenborstel:
pløməboͅrsəl (L414p Houthalen)
|
Stoffer bestaande uit een steel waarvan het ene einde bezet is met veren (pluimenborstel, plumeau, poezenbezem) [N 79 (1979)]
III-2-1
|
| 17831 |
plukken |
plukken:
pløͅkən (L414p Houthalen)
|
plukken [ZND A1 (1940sq)]
III-1-2
|
| 21747 |
plunderen |
plunderen:
ps. omgespeld volgens Frings!
pl"nərə (L414p Houthalen)
|
als buit meenemen [pluimen, plunderen] [N 90 (1982)]
III-3-1
|
| 24991 |
poeder, pulver |
poeder:
pojer (L414p Houthalen),
pojər (L414p Houthalen)
|
tot fijn gruis of zeer fijne koreltjes gemaakte vaste stof [peder, pulver, poeder, stof] [N 91 (1982)]
III-4-4
|
| 19425 |
poetsen, schoonmaken |
schommelen:
stalwerk doen
sxoͅmələ (L414p Houthalen),
schoonmaken:
sxun makə (L414p Houthalen),
schrobben:
sxroͅbə (L414p Houthalen)
|
Reinigen, poetsen, (poetsen, kuisen, schoonmaken) [N 79 (1979)] || schoonmaken, kuisen [ZND B1 (1940sq)], [ZND B1 (1940sq)]
III-2-1
|
| 19468 |
poetsmiddel |
koperschuursel:
kōpərsxūrsəl (L414p Houthalen)
|
Zacht schuurmiddel voor b.v. zilver of koper (kuis, poets, potlood) [N 79 (1979)]
III-2-1
|
| 18544 |
pofbroek |
smokkelbroek:
smokkelbrok (L414p Houthalen)
|
een plusfour (pofbroek, drollenvanger, bugelbroek) [N 59 (1973)]
III-1-3
|
| 18420 |
pofmouw |
pofmouw:
pofmouw (L414p Houthalen),
pofmǫw (L414p Houthalen),
puntmouw (L414p Houthalen)
|
Mouw met een bolstaande plooi. [N 62, 34b; MW; monogr.] || Welke soorten mouwen kent U (pofmouw, puntmouw etc.?). Beschrijf hoe deze er uit zien [N 62 (1973)]
II-7, III-1-3
|
| 18052 |
pokdalig |
gepokt:
gepokt (L414p Houthalen)
|
pokken: Door pokken geschonden, gezegd van de huid (mottig, pokkelig). [N 107 (2001)]
III-1-2
|