| 23400 |
sint-jozefbeeld |
jozefbeeld:
jozefbeeld (L376p Linne)
|
Een beeld van de H. Jozef. [N 96A (1989)]
III-3-3
|
| 22703 |
sinterklaas |
sinterklaas:
sinterkloas (L376p Linne)
|
6 december, Sint Nicolaas, Sinterklaas [tsinterkloaës]. [N 96C (1989)]
III-3-2
|
| 33587 |
sjalot |
sjalot:
mv -te
sjalot (L376p Linne)
|
[DC 13 (1945)]
I-7
|
| 17870 |
slaan |
houwen:
houwen (L376p Linne),
slaan:
bunt ən blāuw gəslāgə (L376p Linne),
slaon dich om dien aore (L376p Linne),
sloan (L376p Linne)
|
bont en blauw geslagen [RND] || ik sla je (met de potlepel) om je oren [DC 03 (1934)] || slaan [DC 02 (1932)]
III-1-2
|
| 33028 |
slaan met de zicht |
snijden:
šnīi̯ǝ (L376p Linne)
|
De slaande beweging maken met de zicht. Zeer vaak werd voor deze vraag dezelfde opgave gegeven als voor de algemene vraag "maaien met de zicht". Hier zijn alleen de opgaven opgenomen die niet identiek zijn met de vragen "inkappen" of algemeen "maaien met de zicht". Zie ook de toelichting bij het vorige lemma ''maaien met de zicht'' (4.2.1). [N 15, 16f; monogr.]
I-4
|
| 24818 |
slaapbol |
kol:
kolle (L376p Linne)
|
Papaver somniferum L. [DC 48 (1973)]
III-4-3
|
| 33728 |
slagboom |
draaipoort:
drɛjport (L376p Linne),
draaipoortje:
dręjpø̜rtjǝ (L376p Linne)
|
Een toegangshek in de vorm van een enkele boom die om een paal draait, aangebracht in een omheining of op een dam in een sloot bijvoorbeeld. [A 25, 5b; L 19B, 6; monogr.]
I-8
|
| 25152 |
slecht weer, hondenweer |
hondsweer:
hóṇjs⁄wae:r (L376p Linne),
smerig (weer):
sjmee.⁄rich wae:r (L376p Linne)
|
slecht weer [hondewaer] [N 07 (1961)]
III-4-4
|
| 24535 |
sleutelbloem |
kerkensleuteltje:
mogelijk
kirkesleutelkes (L376p Linne),
primula:
-
primula (L376p Linne)
|
sleutelbloem, gekweekt (Primula) [DC 24 (1953)] || sleutelbloem, wild [DC 24 (1953)]
III-4-3
|
| 22469 |
sliepuit |
w, sliepuit:
wéé sjlīē.b-ōē.t! (L376p Linne)
|
uitsliepen: inventarisatie uitdrukkingen; betekenis/uitspraak [N 07 (1961)]
III-3-2
|