e-WLD begrippen 

 
 
Filteren... plaats=Lozen

Overzicht

Gevonden: 668
BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
houten gaffel, schudgaffel schudgaffel: šø̜t˲gafǝl (Lozen) Houten gaffel met twee lange en enigszins gebogen tanden en een korte steel, doorgaans uit een gevorkte tak gesneden; gebruikt om het hooi te spreiden en te keren, maar ook voor andere doeleinden zoals het opschudden van de graanhalmen bij het dorsen met de vlegel, of het strooien van strooisel en voeder voor de dieren in de stal. Zie afbeelding 10, a. Hoewel in het algemeen de term riek een stuk gereedschap aanduidt met méér dan twee tanden, heeft het woord oorspronkelijk en nog in sommige dialecten ook wel de betekenis van een tweetandige vork, met name dan de vork waarmee het hooi wordt opgestoken (zie het lemma ''oogstgaffel''); de opgaven in dit lemma zijn alle dubbelopgaven, naast gaffel of vork. Buiten Haspengouw en het gebied rond Lommel duidt de combinatie van een lange klinker en de letter f in de varianten van het type gaffel wel op een contaminatie van gaffel en gavel; ze staan telkens aan het slot van de varianten onder het type gaffel bijeen. Voor de fonetische documentatie van het woorddeel (hooi) zie het lemma ''hooi''.' [N 18, 30; A 28, 6; L 16, 18c; L B2, 243; Lu 6, 6; Av 1, III, 5e; monogr.] I-3
houten vloer plancher: plǭsē (Lozen) Vloer bestaande uit door middel van messing en groef aan elkaar gedreven vloerdelen. Voor een houten vloer worden doorgaans evenwijdig aan de stralen van het hout gezaagde planken gebruikt. Op deze wijze wordt het kromtrekken van het hout zoveel mogelijk voorkomen. [N 54, 128; N 54, 129; S 41; monogr.] II-9
hovaardig hovaardig: hŭvēͅrdəx (Lozen) hovaardig [ZND A1 (1940sq)] III-1-4
huid vel: veͅ.l (Lozen) een vel [ZND A1 (1940sq)] III-1-1
huilen beuken: by(3)̄kə (Lozen), by(3)̄əkə (Lozen), grijnen: grinə (Lozen), huilen: hy(3)lə (Lozen), janken: jankə (Lozen), schreeuwen: šriəvə (Lozen) wenen [ZND B1 (1940sq)] III-1-4
huisjesslak huisjesslak: hyskəssleͅk (Lozen), slak: sleͅk (Lozen) huisjesslak [ZND B2 (1940sq)] III-4-2
hurken (zich) hukken: hukə (Lozen, ... ) hurken: op zijn hurken (gaan) zitten [ZND B1 (1940sq)] III-1-2
huurpenning werdel: WNT: werdel - wordel, weerdel, werrel, warrel, weddel -, 1) Spinschijfje, b) Een derg. voorwerp als onderpand of teeken van contract gegeven bij het aangaan van een dienstverplichting (en bij feitelijke indiensttreding omgeruild tegen het drinkgeld, de godspenning vand. ook: drinkgeld, fooi, godspenning.  wīrəl (Lozen, ... ) huurpenning (aan dienstboden gegeven) [ZND B2 (1940sq)] III-3-1
iemand iets verwijten uitmaken: utmakən (Lozen), verwijten: emə vərwitə (Lozen), vərwitən (Lozen) iemand verwijten [ZND B1 (1940sq)] III-1-4
iemand prijzen bestuiten: bəsty(3)tə (Lozen), bəsty(3)tən (Lozen) iemand prijzen of loven [ZND B1 (1940sq)] III-1-4