| 33068 |
schoven opzetten in een hok |
hopen (ww.):
hø̜i̯pǝ (L377p Maasbracht),
opzetten:
ǫp˲zetǝ (L377p Maasbracht)
|
In dit lemma komen de benamingen voor het opzetten van de stuiken aan de orde. Vergelijk ook aflevering I.3 over het opzetten van oppers, heukelingen, enz. in de weidebouw. Ook hier wordt verwezen naar het zelfstandig naamwoord in het volgende lemma. Het voorwerp van de overgankelijke werkwoorden is steeds schoven. Ook wanneer het resultaat van de handeling, i.c. de stuik, in het woordtype voorkomt, wordt dat woord steeds fonetisch gedocumenteerd, daar immers het getal niet overeenkomt met dat van het lemma ''graanhok, struik, mandel'' (4.6.14). Enig materiaal van "haver opzetten" is hier ingebracht, waar nodig met een aantekening. [N 15, 28; JG 1a, 1b, 2c; A 23, 16.2; L 48, 34.2; Lu 1, 16.2; Lu 2, 34.2; monogr.]
I-4
|
| 29984 |
schraag |
schraag:
šrāx (L377p Maasbracht)
|
Houten draagstelling die wordt gebruikt om een lang werkstuk te ondersteunen. Zie ook afb. 116. [N 53, 225; S 32; monogr.]
II-12
|
| 18133 |
schram |
schram:
schroam (L377p Maasbracht),
schroame (L377p Maasbracht)
|
schram [SGV (1914)] || schrammen (mv) [SGV (1914)]
III-1-2
|
| 18136 |
schrammen |
kratsen:
kratse (L377p Maasbracht),
schrammen:
schramme (L377p Maasbracht)
|
schrammen (ww) [SGV (1914)]
III-1-2
|
| 17947 |
schrede |
schrede:
schrèi (L377p Maasbracht),
trede:
trèj (L377p Maasbracht)
|
schrede [SGV (1914)]
III-1-2
|
| 21368 |
schreeuwen |
schreeuwen:
schrièwe (L377p Maasbracht),
šreǝvǝ (L377p Maasbracht)
|
Het schreeuwen van een varken ten teken van honger of bij het slachten. [N 19, 24; JG 1a, 1b; N 76, 33; monogr.; N 19, Q 111 add.] || schreeuwen [SGV (1914)]
I-12, III-3-1
|
| 21768 |
schrijven |
aanschrijven:
aansjriëve (L377p Maasbracht),
noteren:
tegenwoordig, maar dat is modern dialect
notere (L377p Maasbracht)
|
Noem het (dialect)woord voor: het "met een stift, pen, potlood, krijt enz. aanbrengen van letters of cijfers op papier of een ander vlak voorwerp"? [schrijven] [N 102 (1998)]
III-3-1
|
| 24373 |
schrijvertje |
watermug:
water-mök (L377p Maasbracht)
|
schrijvertje: Hoe noemt u in uw dialect het zilveren torretje dat in groepjes kringelende bewegingen maakt op het wateroppervlak? Het lijf van het insect ligt op het water waardoor de pootjes niet te zien zijn. [N100 (1997)]
III-4-2
|
| 22482 |
schrikkeljaar |
schrikkeljaar:
schrikkeljoar (L377p Maasbracht)
|
schrikkeljaar [SGV (1914)]
III-3-2
|
| 18871 |
schrikken |
schrikken:
sjrikke (L377p Maasbracht)
|
schrikken (geen context) [DC 38 (1964)]
III-1-4
|