e-WLD begrippen 

 
 
Filteren... plaats=Montzen

Overzicht

BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
schram schram: ṣram (Montzen) Schram: streepvormige, zeer ondiepe verwonding van de bovenhuid (kras, schram, krab, krets). [N 107 (2001)] III-1-2
schrammen schrammen: ṣramə (Montzen) Schrammen: de bovenhuid zeer licht openrijten (schrammen, (s)krassen, krabbe(le)n). [N 107 (2001)] III-1-2
schrapglas scherfje: šęrǝfkǝ (Montzen) Het stuk glas waarmee men schrapt. Om de rand van zool en hak effen te krijgen schraapte men het leer af met een stukje glas, dat men op een curieuze manier, door er een bepaald keepje in te geven, rond wist af te breken (Liedmeier, pag. 23). [N 60, 119b; N 60, 119c] II-10
schrappen schrabben: šrabǝ (Montzen) Met schrapglas de zool- en hakrand gladmaken. [N 60, 119a] II-10
schreeuwen beuken: boeake (Montzen), bulsen: WNT: bulsen, geweldig hoesten.  bölse (Montzen), huilen: hüle (Montzen), kweken: kwēke (Montzen), schreien: sreje (Montzen) schreeuwen [ZND m] III-3-1
schrikkeljaar schaltjahr (du.): scholtjor (Montzen), schôtjôr (Montzen), sjōtjōr (Montzen) Schrikkeljaar. [ZND 06 (1924)] III-3-2
schrobbezem schrobber: šrybər (Montzen) schrobber [ZND m] III-2-1
schroef schroef met de moeder: šruf met dǝ modǝr (Montzen) De schroef met moer waarmee de hefboom aan de balk bevestigd is. [N 57A, 4.6; N 57, 9 add.] II-2
schroefblok moeder: modǝr (Montzen) Het vierkante metalen blokje rond de schroefdraad van de pers. Zie afb. 19. [N 57, 12b] II-2
schroefheft greep: gref (Montzen) Een heft, voorzien van een schroef, dienend om een els te bevatten. Zie afb. 7. [N 60, 182a] II-10