e-WLD begrippen 

 
 
Filteren... plaats=Montzen

Overzicht

BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
standbeeld monument: monyme.nt (Montzen, ... ) standbeeld [RND] III-3-2
steeg, steegje gats, gatsje: ga.ts (Montzen), gats (Montzen, ... ), smalle straat, smal straatje: schmaal strötsche (Montzen) Steeg (smal straatje). [ZND 07 (1924)] III-3-1
steek steek: štî.ək (Montzen), štiǝk (Montzen) De doorgehaalde draad in de groef; ook de manier van naaien. [N 60, 111a] || een steek met een mes [ZND 07 (1924)] II-10, III-1-2
steek -als eenheid van maat steek: štiǝk (Montzen) Benaming voor verschillende maten of de eenheid van maat. Er zijn diverse eenheidsmaten van de schoenmakers. Men kent een Franse steek van 2/3 cm en een Engelse van 8,5 mm. Volgens de informant van L 293 wordt de Hollandse maat weinig gebruikt; bij deze is maat 45 30 cm. De Franse maatberekening berust op het berekenen van de balmaat en de andere maten op de lengte van de leest, die in Franse steken is aangeduid. De verhouding van steken tot centimeters is: drie steken is gelijk aan twee cm. [N 60, 152c] II-10
steekgaatjes steken: (enk)  štex (Montzen) De met de els gestoken gaatjes waardoorheen men bij het naaien de pekdraad zal gaan rijgen. [N 60, 110] II-10
steekopzetter bout: bōt (Montzen) Het instrument waarmee men in de rand de steken meer zichtbaar maakt. Een soort ijzeren vorktongetje op een handvat. Zie afb. 58. [N 60, 124a] II-10
steelvormig handvat steel: štē.l (Montzen), štēl (Montzen) steel van een vork [ZND 07 (1924)] III-2-1
steenkool kolen: kōͅ‧l.ə (Montzen, ... ), kool: kōͅ:l (Montzen, ... ) steenkool [ZND 04 (1924)], [ZND 36 (1941)] III-2-1
steenpuist, bloedzweer bloedzweer: bló:tschwè:r (Montzen, ... ), [aantal:] één  blootzjwèr (Montzen), Één.  blootzjwèr (Montzen) negenoog (bloedzweer, fr. juroncle) [ZND 05 (1924)], [ZND 05 (1924)] III-1-2
steken steken: štęǝkǝ (Montzen) Het prikken met de angel in de huid door de bijen. [N 63, 73b; Ge 37, 124; monogr.] II-6