e-WLD begrippen 

 
 
Filteren... plaats=Nieuwerkerken

Overzicht

Gevonden: 1691
BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
bloemkool bloemkool: blumkyəl (Nieuwerkerken, ... ) bloemkool als gerecht [N Q (1966)] || bloemkool, als plant of gewas [N Q (1966)] I-7, III-2-3
bloemperk bed: beͅt (Nieuwerkerken) [Goossens 1b (1960)] I-7
blussen blussen: blusse (Nieuwerkerken) blussen [ZND 23 (1937)] III-3-1
blutsen blutsen: bletse (Nieuwerkerken) De appels niet blutsen. [ZND 21 (1936)] III-1-2
bochel bult: boeəlt (Nieuwerkerken) Hij heeft een bochel. [ZND 21 (1936)] III-1-2
boek boek: oe zeer kort  boek (Nieuwerkerken) boek [ZND 21 (1936)] III-3-1
boekweit boekweit: bukǝt (Nieuwerkerken) Fagopyrum esculentum Moench. Een graansoort die gemakkelijk groeit op weinig vruchtbare grond. Boekweit kent geen aren; de korrels hangen in trosjes aan vertakkingen van de stengel. Het zaad is licht en wordt zeer dun gezaaid, slechts 20 kg per hectare. De samenstelling boekweit, -letterlijk "beuke-tarwe" (boek is wisselvorm van beuk), vanwege de drievlakkige vrucht- is kennelijk al snel ondoorzichtig geworden, temeer omdat het element ''weit'' voor "tarwe" in het zuiden van het Nederlandse taalgebied tot de uiterste oostrand beperkt was (zie het lemma ''tarwe'' (1.2.8) met kaart 8). Er zijn dan ook talrijke contractie-vormen ontstaan; het WNT geeft: boekeit, boeket, boekent. In de XVe eeuw is het gewas vanuit Aziē naar Europa ingevoerd; de eerste attestatie in het Nederlandse taalgebied dateert van 1440. De zegsman van K 278 merkt op: "Boekweit en koolzaad werden gewoonlijk alleen op het veld gedorst omdat het geen vervoer verdragen kon." Volgorde van de varianten 1) twee volledige syllaben 2) tweede syllabe toonloos 3) n-epenthese in tweede syllabe. Zie afbeelding 1, f.' [JG 1a, 1b; L 1 a-m; L lijst graangewassen, 1; R 3, 26; S 4; Wi 18; monogr.] I-4
boekweitdoppen schillen: sxɛlǝ (Nieuwerkerken) Zemelen van boekweit. [JG 1b; N Q, 15; monogr.] II-3
boekweitpannenkoek boekweitse koek: boekesekoek (Nieuwerkerken), koekeseboek: koekeseboek (Nieuwerkerken) pannenkoek [ZND 40 (1942)] III-2-3
boer boer: groote  de boer woont op ieən winning (Nieuwerkerken), kleinere  de boer woont op ieən boerderij (Nieuwerkerken) Vertaal in het dialect en vul aan: De boer woont op een ... (Fr. ferme geef de verschillende namen voor grote en kleine bedrijven, indien er bestaan. [ZND 22 (1936)] III-3-1