e-WLD begrippen 

 
 
Filteren... plaats=Opglabbeek

Overzicht

BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
meisje gors: nogal denigrerend  gòrs (Opglabbeek), maagdje: mèchtjə (Opglabbeek), afleiding van maagd  mèègdsje (Opglabbeek), meisje: mèsche (Opglabbeek), pul: pöl (Opglabbeek), vrouwtje: vruiwke (Opglabbeek), wicht: wècht (Opglabbeek) een (niet noodzakelijk) kleinevrouw, als een jeugdig meisje || knap en flink meisje || meisje [ZND 11 (1925)] III-2-2
meisje met wie men verloofd is wicht: wècht (Opglabbeek) verloofde of vriendin III-2-2
meisjeshemd? onderlijfje: onderliefke (Opglabbeek) Onderhemd voor meisjes. Hoe noemt men in uw dialect het hemd dat onder de bovenkleding wordt gedragen, direct op het lichaam: van meisjes? [DC 62 (1987)] III-1-3
meisjesonderbroek? onderboks: oenderboeks (Opglabbeek) Onderbroek voor meisjes. [DC 62 (1987)] III-1-3
meisjesondergoed ondergoed voor meisjes: oendergoet vier mijsjes (Opglabbeek) Ondergoed voor meisjes. [DC 62 (1987)] III-1-3
mekkeren bleten: blē̜tǝ (Opglabbeek) Geluid voortbrengen, gezegd van de geit. [N 19, 76b; monogr.] I-12
melganzevoet smeel: smēl (Opglabbeek) Chenopodium album L. Zeer algemeen voorkomend onkruid op braakliggend land en bouwland, vooral bij sterke bemesting, en met name ook waar pulpkuilen gestaan hebben. Het heeft witte bloemtrosjes, die van juli tot de herfst bloeien, en bladeren die van boven dof en van onder wit-melig zijn. De hoogte varieert van 15 tot 120 cm. [JG 1a, 1b; A 60A, 83; monogr.] I-5
melig flets: WBD/WLD  fletsj (Opglabbeek), melig: WBD/WLD  mèlig (Opglabbeek), modderrijp: WBD/WLD  mòddərrīēp (Opglabbeek) Te rijp en daardoor droog en korrelig, gezegd van een vrucht (meelachtig, melen, versleten, melig). [N 82 (1981)] III-2-3
melk melk: męlǝk (Opglabbeek), mɛlk (Opglabbeek), mɛlǝk (Opglabbeek) De hoofdzakelijk uit water, eiwit, vet en melksuiker bestaande witte vloeistof die door het vrouwelijk rund wordt afgescheiden. Op de kaart is het woordtype melk niet opgenomen. [A3, 3; A 11, 1c; A 17, 17; A 7, 14; RND 40; RND 127; S 23; JG 1a, 1b, 2c; L 1a-m; L 4, 3; L 29, 5; NE 3, V 6n; Vld.; Gwn 10, 1; monogr.] I-11
melk van het paard merremelk: męrǝmęlǝk (Opglabbeek) De biest- of paardsmelk bevat ingrediënten die het veulen tegen verscheidene ziekten weerstand geven en die er bovendien voor zorgen dat het darmpek, de taaie, donkere substantie die zich in de darmen van het pasgeboren veulen bevindt (zie het lemma ''de eerste uitwerpselen van het veulen'' (5.7)), verwijderd wordt.' [N 8, 32.6 en 57] I-9