| 19715 |
waslijn |
waslijnd:
waslīnt (L163p Ottersum)
|
waslijn
III-2-1
|
| 32545 |
wasmand |
ben:
bɛn (L163p Ottersum),
wasben:
was˱bɛn (L163p Ottersum)
|
In het algemeen een van twee oren voorziene, ronde of ovale mand voor wasgoed. De wasmand was vaak van witte wissen gemaakt. Zie ook afb. 286. [N 20, 50; N 40, 95; N 40, 106; N 40, 107; N 40, 108; N 20, 48 add.; monogr.]
II-12
|
| 19520 |
wastobbe, wasteil |
teil:
téél (L163p Ottersum),
waskuip:
waskyp (L163p Ottersum)
|
teil, in de betekenis van zinken tobbe die ovaal van vorm is en twee handvatten heeft; betekenis/uitspraak [N 20 (zj)] || wastobbe
III-2-1
|
| 30617 |
waterbeits |
waterbeits:
wǭtǝrbęjts (L163p Ottersum)
|
Waterige kleurstof voor hout die gedeeltelijk in de houtvezels trekt. [N 67, 25a; monogr.]
II-9
|
| 19457 |
waterdamp, wasem |
blaak:
blōͅk (L163p Ottersum)
|
damp, rook, wasem
III-2-1
|
| 30318 |
waterdorpel |
raamdorpel:
rāmdø̜rpǝl (L163p Ottersum),
vensterbank:
vęnstǝrbāŋk (L163p Ottersum)
|
Horizontale laag bakstenen of natuursteen aan de onderkant van een raamkozijn. De waterdorpel wordt vooral toegepast bij zeer dikke muren. Wordt de dorpel uit bakstenen samengesteld, dan worden deze gemetseld in de vorm van een afwaterend gestelde rollaag. Zie ook afb. 57e. In Q 194 werd voor een waterdorpel gebruik gemaakt van 'ijzerklinkers' ('īzǝrklēŋkǝrs'), in K 353 van arduin. [N 55, 44c; N 32, 12c; L 31, 12a; monogr.; S 39, add.; A 46, 10c, add.]
II-9
|
| 24273 |
waterhoen |
poepeendje:
poepé.ndje (L163p Ottersum),
pōēpaenjes (L163p Ottersum)
|
waterhoen (33 rode bles en wit onder de staart, die vaak wordt opgewipt; algemeen [N 09 (1961)] || waterhoentje
III-4-1
|
| 19510 |
waterketel, moor |
ketel:
kéétel (L163p Ottersum),
moor:
mōr (L163p Ottersum)
|
(zwart geblakerde) waterketel || waterketel van koper of ijzeren met hengsel en tuit (moor, meur) [N 20 (zj)]
III-2-1
|
| 26013 |
waterlijst |
bovendorpel:
bø̜vǝdø̜rpǝl (L163p Ottersum)
|
Lat die aan de bovenzijde van een uit planken samengestelde deur op het kopse hout wordt ingewerkt om het opzuigen van water te voorkomen. [N 55, 24b]
II-9
|
| 26809 |
waterlossing |
graaf:
grāf (L163p Ottersum),
greb:
greb (L163p Ottersum)
|
Greppel die men door een te ontginnen moeras graaft, om het water kwijt te raken. De opgaven bestrijken heel de provincies Limburg. [I, 61; N 27, 22]
II-4
|