| 33337 |
meid, dienstmeid |
maagd:
māxt (L318p Stramproy)
|
Meid is een noordelijke vorm, een samentrekking uit maged, maagd. Kok en keukense slaan op de keukenmeid. Dienstbode is een expansie uit de (Noord-)Nederlandse standaardtaal. [L 1, a-m; L 1u, 156; L 38, 10; RND 118; R 12, 30; S 6 en 23; Wi 6; monogr.]
I-6
|
| 24582 |
meidoorn |
doornheg:
=doornenhaag de meidoornhaag komt hier weinig voor (...)
deure heg (L318p Stramproy)
|
meidoorn [DC 13 (1945)]
III-4-3
|
| 24331 |
meikever |
pieterkever:
pieətərkaivər (L318p Stramproy)
|
meikever, algemeen [DC 18 (1950)]
III-4-2
|
| 20309 |
meisje |
dribbeltje:
kinderen van 3 - 6 jaar; cf. WNT s.v. "dribbelen"1) Met kleine, vlugge passen gaan"...
drubbelke (L318p Stramproy),
maagdje:
vgl. lexicale var. "megdje
mèègtje (L318p Stramproy),
meidje:
meedje (L318p Stramproy)
|
(meisje;) Zijn er verschillende namen voor kinderen van verschillende leeftijden? [DC 05 (1937)] || meisje; (Zijn er verschillende namen voor kinderen van verschillende leeftijden?) [DC 05 (1937)]
III-2-2
|
| 20366 |
meisje met wie een jongen verkering heeft |
liefste:
leefste (L318p Stramproy),
maagdje:
vgl. lex.var. "megdje
mègtje (L318p Stramproy),
meid:
meid (L318p Stramproy, ...
L318p Stramproy)
|
Hoe noemt men het meisje met wie men verkeering heeft? (Hoe noemt men haar, wanneer men met haar verloofd is?) [DC 05 (1937)]
III-2-2
|
| 20381 |
meisje met wie men verloofd is |
aanstaande:
aanstaonde (L318p Stramproy)
|
Hoe noemt men haar, wanneer men met haar verloofd is? (Hoe noemt men het meisje met wie men verkeering heeft?) [DC 05 (1937)]
III-2-2
|
| 18734 |
meisjesonderbroek? |
onderboks voor maagdjes:
ongerboks veur maigtjes (L318p Stramproy)
|
Onderbroek voor meisjes. [DC 62 (1987)]
III-1-3
|
| 18583 |
meisjesondergoed |
ondergoed voor maagdjes:
ongergood veur maigtjes (L318p Stramproy)
|
Ondergoed voor meisjes. [DC 62 (1987)]
III-1-3
|
| 34237 |
melk |
melk:
męlk (L318p Stramproy),
mɛlk (L318p Stramproy),
mɛlǝk (L318p Stramproy)
|
De hoofdzakelijk uit water, eiwit, vet en melksuiker bestaande witte vloeistof die door het vrouwelijk rund wordt afgescheiden. Op de kaart is het woordtype melk niet opgenomen. [A3, 3; A 11, 1c; A 17, 17; A 7, 14; RND 40; RND 127; S 23; JG 1a, 1b, 2c; L 1a-m; L 4, 3; L 29, 5; NE 3, V 6n; Vld.; Gwn 10, 1; monogr.]
I-11
|
| 33882 |
melk van het paard |
paardsmelk:
pē̜rsme̜lǝk (L318p Stramproy)
|
De biest- of paardsmelk bevat ingrediënten die het veulen tegen verscheidene ziekten weerstand geven en die er bovendien voor zorgen dat het darmpek, de taaie, donkere substantie die zich in de darmen van het pasgeboren veulen bevindt (zie het lemma ''de eerste uitwerpselen van het veulen'' (5.7)), verwijderd wordt.' [N 8, 32.6 en 57]
I-9
|