id | Begrip | Trefwoord: dialectopgave (plaats) | Omschrijving |
---|---|---|---|
20517 | bokking | boksharing: bukseͅriŋ (Tervant) | bokking, gerookte haring [ZND 24 (1937)] III-2-3 |
24125 | bonte specht, specht | specht: speͅxt (Tervant) | specht [ZND 07 (1924)] III-4-1 |
24472 | boom (alg.) | bomen (mv.): būəmə mv (Tervant) | boom [ZND m] III-4-3 |
33280 | boon, algemeen | bonen: buǝnǝ (Tervant), boon: buǝn (Tervant) | Phaseolus L. Zoals bij de erwt gaat ook hier het lemma met de algemene benaming vooraf aan de namen van specifieke soorten. Enkelvouden en meervouden zijn apart gehouden. [JG 1a, 1b, 1c; L 1, a-m; L 1u, 21; L 8, 84; L 22, 3a; S 4; Wi 14; monogr.; add. uit N P, 23] I-5 |
19497 | borstel | borstel: boͅrsəl (Tervant) | borstel [ZND 01 (1922)] III-2-1 |
33713 | bos | bos: bos (Tervant) | Een met opgaande bomen beplante uitgestrektheid grond hetzij in natuurstaat of aangelegd. [N 27, 4a; RND 82; L 1a-m; L 22, 7; Vld.; monogr.] I-8 |
34258 | boter | boter: bōtǝr (Tervant) | Het bovengedreven vet op de melk. Dit is het eindprodukt van het karnen. [N 12, 51, 52, 55, 58 en 61; JG 1a, 1b; L 1a-m; L 1u, 114; L 20, 26b; L 22, 8; L 27, 67 en 69; S 4 en 17; A 4, 26a en 26b; A 7, 19, 21, 22 en 23; A 9, 15b; A 16, 8a; A 28, 7; N 5A (I] I-11 |
18034 | braken | braken: brākə (Tervant), bry(3)̄jəkə (Tervant), kotsen: [plat] kotsen (Tervant), over tongeren rijden: [schertsend] euver tongere raien (Tervant), overgeven: [gewoon] euvergèven (Tervant), spuwen: [gewoon] spauwen (Tervant) | braken (overgeven, kotsen) [ZND m] || geef de gemeenzame woorden en uitdrukkingen voor overgeven, braken; geef aan tussen twee haakjes of ze gewoon , plat, schertsend, enz. gebruikt worden. [ZND 28 (1938)] III-1-2 |
18197 | broek: algemeen | broek: bruk (Tervant) | broek [ZND m] III-1-3 |
25500 | broodoven | oven: hōvǝ (Tervant) | De diverse vragen vroegen in het algemeen naar "de oven" en niet specifiek naar "de broodoven" afgezien van N 29, 1a. Het merendeel van de antwoorden slaat op de oven aan huis of op de boerderij. Meer specifieke ovens zullen in de bakkerij gebouwd zijn. De königswinteroven is een oven gemaakt van grote blokken steen afkomstig uit königswinter. De vloer bestaat uit twee grote blokken. Deze oven is voorzien van drie kanalen (pijpen) die boven het gewelf zijn aangebracht. Kanalen voeren de rook van achter de oven boven over het gewelf naar voren waardoor de trek van het vuur veel beter regelbaar wordt gemaakt (z. wbd ii afl. 1 blz. 62). [N 29, 1a; N 5, 135; RND, 57; S 27; Wi4; L 12, 8; L 40, 13b; L 40, 14; L A 2, 277; monogr.] II-1 |