| 21607 |
halve stuiver |
knab:
knap (Q014p Urmond),
schrammen:
sjrèùm (Q014p Urmond)
|
halve stuiver, een 2 1/2 centstuk [lap, sjoe, groot, flapsent, bokkestuiver, grote cent, plak, bots, vierduitstuk?] [N 21 (1963)]
III-3-1
|
| 21606 |
halve-centstuk |
halve cent:
ps. letterlijk overgenomen (dus niet omgespeld!).
’ne hāuve cent (Q014p Urmond),
oortje:
èùrtje (Q014p Urmond)
|
halve-centstuk, een ~ [senske?] [N 21 (1963)]
III-3-1
|
| 20820 |
ham, hesp |
schink:
sjènk (Q014p Urmond)
|
ham [SGV (1914)]
III-2-3
|
| 17659 |
hand |
hand:
hèndj (Q014p Urmond),
hènj (Q014p Urmond),
hèntj (Q014p Urmond)
|
hand [DC 01 (1931)], [SGV (1914)] || handen [SGV (1914)]
III-1-1
|
| 21731 |
handboei |
kluister:
Van Dale: kluister, 1. boei; -2. soort van boei aan een der voeten aangelegd om een paard of rund in zijjn bewegingen te belemmeren; -3. (gew.) (hang)slot.
kloestərs (Q014p Urmond)
|
de boei waarmee handen geboeid worden [paternoster, handboei] [N 90 (1982)]
III-3-1
|
| 33305 |
handcultivator |
handcultivator:
hentjkøltivātor (Q014p Urmond)
|
Handgereedschap voor het losmaken van de grond. In aflevering I.2, p.161-2 is sprake van een zware cultivator die door (paarde)tractie wordt gewogen. Het werkingsprincipe van de twee gereedschappen is echter hetzelfde. [N 18, 52; monogr.]
I-5
|
| 21849 |
handel |
handel:
hènjəl (Q014p Urmond)
|
het kopen en verkopen, het doen van koopmanszaken [agotie, negotie, commerce, handel] [N 89 (1982)]
III-3-1
|
| 21449 |
handelaar |
koopman:
koupman (Q014p Urmond)
|
iemand die handel drijft [koopman, commercant, marchand, handelaar] [N 89 (1982)]
III-3-1
|
| 21496 |
handelen |
handelen:
hènjələn (Q014p Urmond, ...
Q014p Urmond)
|
handel drijven [komenschappen] [N 89 (1982)] || loven en bieden, de waren aanprijzen [koopman] en er een prijs voor bieden (koper) [handelen] [N 89 (1982)]
III-3-1
|
| 18903 |
handeling |
daad:
daot (Q014p Urmond)
|
een op zichzelf staande, niet werktuigelijke verrichting, een handeling [gangen, gang, daad] [N 85 (1981)]
III-1-4
|