| 18812 |
informeren (onoverg.) |
informeren:
ienformiere (L210p Venray),
ienformieren (L210p Venray)
|
inlichtingen inwinnen over iets [zich naar iets erkondigen] [N 85 (1981)]
III-1-4
|
| 17982 |
ingebeelde ziekte |
inbeeld:
ienbild (L210p Venray),
kunsten:
kunste (L210p Venray)
|
Ingebeelde ziekte (niebekonter, iepreponder, hype). [N 84 (1981)]
III-1-2
|
| 28476 |
ingelegd |
ingelegd:
ingǝlēt (L210p Venray)
|
Gezegd van een moerdop of van een cel, wanneer er door de koningin een eitje in is gelegd. [N 63, 22a; N 63, 21a; N 63, 18; Ge 37, 69]
II-6
|
| 20643 |
ingemaakt voedsel |
inmaak:
We hebbe enne groeëten ienmaak ien de kelder staan
ienmaak (L210p Venray),
We zien mit dn ienmaak verreg
ienmaak (L210p Venray)
|
de ingemaakte soorten groenten/fruit (sterillisatie) || de totale voorraad ingemaakte groenten/ fruit
III-2-3
|
| 18849 |
ingetogen |
gewoon:
gewoon (L210p Venray)
|
zich onthoudend van buitensporigheden of uitspattingen, niet opzichtig [stil, bedaard, stemmig, ingetogen] [N 85 (1981)]
III-1-4
|
| 17701 |
ingewanden |
ingewand:
iengewand (L210p Venray),
ingewanden:
iengewande (L210p Venray)
|
ingewanden [N 10a (1961)], [SGV (1914)]
III-1-1
|
| 17909 |
ingieten (met geluid) |
klatsen:
klatse (L210p Venray),
spetteren:
spettere (L210p Venray)
|
gieten: Met een zeker geluid water ergens in gieten (patten). [N 84 (1981)]
III-1-2
|
| 19271 |
ingrijpen |
ingrijpen:
ien griepe (L210p Venray)
|
met gezag en kracht tussenbeide komen [roffen, ingrijpen] [N 85 (1981)]
III-1-4
|
| 24960 |
inham |
inham:
ien ham (L210p Venray),
staart:
(staart).
de stárt (L210p Venray)
|
inham, in het land inspringend gedeelte van een zee, meer of riveri [inpamp] [N 81 (1980)]
III-4-4
|
| 33030 |
inkappen, eerste slagen maken met de zicht |
inslaan:
inslaan (L210p Venray)
|
De eerste slagen met de zicht maken in een aan te maaien akker en tevens het uitvoeren van de "eerste fase" van de zichtbehandeling; zie de algemene toelichting van deze paragraaf. De terminologie wordt soms ook gebruikt voor het maken van de eerste gang voor de maaimachine; dit wordt uitdrukkelijk vermeld in K 316, L 270, 294, 320c, 355, 360, 372, 419, 420, 432, P 186, Q 99*, 121c, 197, 197a. Voor de fonetische documentatie van het woorddeel [maaien], zie het lemma ''maaien'' (3.1.1) en de klankkaart (kaart 7) in aflevering I.3. [N 15, 16j; JG 1a, 1b, 1c, 1d, 2c; A 23, 16.2; L 48, 32.2; Lu 1, 16.1a; monogr.; add. uit N 15, 16f]
I-4
|