| 34241 |
melk zeven |
zijen:
zēi̯ǝ (Q208p Vijlen)
|
De melk door een doek, zeef of filter laten vloeien om de melk te zuiveren van onbruikbare of verontreinigende stoffen of bestanddelen. [S 46; Wi 30; monogr.; add. uit N 12, L 324]
I-11
|
| 24808 |
melkdistel |
melkdistel:
melk distel (Q208p Vijlen),
melkdistel (Q208p Vijlen)
|
Melkdistel (sochus oleraceus 20 tot 100 cm groot. De bladeren zijn meestal ingesneden en de stengel omvattend, zacht stekelig getand, dofgroen van kleur. De bloemhoofdjes zijn klein, de bloemen zijn lichtgeel. Bloeitijd van juni tot oktober (zijdistel, [N 92 (1982)] || Melkdistel (Sochus oleraceus) [N 92 (1982)]
I-7, III-4-3
|
| 34226 |
melken |
melken:
melkǝ (Q208p Vijlen),
mɛlkǝ (Q208p Vijlen)
|
Melk uit de uiers van de koe drukken. Zie afbeelding 9. [L 38, 44; JG 1a, 1b; Wi 26; Vld.; monogr.]
I-11
|
| 34227 |
melkstoeltje |
melkstoel:
melkštōl (Q208p Vijlen),
mɛlkštōl (Q208p Vijlen)
|
Houten krukje met drie of vier poten waarop men zit bij het melken van de koeien. Zie afbeelding 10. [A 9, 13; A 42, 18a; JG 1d; monogr.]
I-11
|
| 17624 |
melktanden |
melkstanden:
milkstand (Q208p Vijlen)
|
voortand [DC 01 (1931)]
III-1-1
|
| 19930 |
melkzeef |
trechter:
tritǝr (Q208p Vijlen),
zij:
zei̯ (Q208p Vijlen),
zēi̯ (Q208p Vijlen)
|
Voorwerp waarmee men melk zeeft. Het is een soort vergiet met als bodem een doek. De melk wordt uit de melkemmer via deze melkzeef in de melkbus gegoten. Hierdoor blijven grove verontreinigingen achter. Zie afbeelding 11. [A 18, 11a; L 48, 35.Ia; Lu 2, 35.Ia; Gwn 8, 6; JG 1d; monogr.]
I-11
|
| 20149 |
mens (alg.) |
mens:
ook voor echtgenoot; in ongunstige betekenis voor vrouw
minsj (Q208p Vijlen),
wordt voor man en vrouw alleen geringschattend, afkeurend en ook wel met medelijden gebruikt
minsj (Q208p Vijlen)
|
mens; wordt mensch gebruikt in de betekenis van man? Spreekt een vrouw b.v. van mn mensch?, wanneer ze haar man bedoelt? Komt het mensch voor in de betekenis van vrouw? En bedoelt men met die zegswijze alleen geringachting of ook sympathiek medelijden? [DC 05 (1937)]
III-2-2
|
| 20470 |
menstruatie |
de tant op bezoek:
Spottend.
de tant op bezeuk (Q208p Vijlen),
maand:
dur mond (Q208p Vijlen)
|
menstruatie [verandering, reegels] [N 10C (zj)]
III-2-2
|
| 24212 |
merel |
meling:
mê-ling (Q208p Vijlen),
merel:
meejele (Q208p Vijlen),
mèle (Q208p Vijlen),
mèële (Q208p Vijlen)
|
Hoe heet de merel? [DC 06 (1938)] || merel [DC 50b (1975)], [SGV (1914)]
III-4-1
|
| 17563 |
merg |
merg:
merg (Q208p Vijlen)
|
merg [SGV (1914)]
III-1-1
|