| 34446 |
mannelijke geit |
bok:
bok (L386p Vlodrop),
buq (L386p Vlodrop)
|
[N 70, 8; N 77, 78; N 77, 80; A 9, 19; L 32, 82; Wi 11; RND 89; JG 1a, 1b, 2c; Vld.; monogr.]
I-12
|
| 24439 |
mannelijke haas |
remmel:
remmel (L386p Vlodrop)
|
Haas, mannetjeshaas [N 94 (1983)]
III-4-2
|
| 19960 |
mannelijke hond, reu |
rammel:
remmel (L386p Vlodrop),
ideosyncr.
remmel (L386p Vlodrop)
|
Hoe noemt u een mannelijke hond (reu, rengel, menne, menneke) [N 83 (1981)]
III-2-1
|
| 24207 |
mannelijke merel |
mannetje:
manke (L386p Vlodrop),
merling:
märling (L386p Vlodrop)
|
een mannelijke merel (melhoorn, merelhoorn) [N 83 (1981)]
III-4-1
|
| 24454 |
mannelijke vis |
vis:
ideosyncr.
vusj (L386p Vlodrop)
|
Hoe noemt u een mannelijke vis (hommer, hom, homvis, milter) [N 83 (1981)]
III-4-2
|
| 23364 |
mannenkant |
mansluikant:
mansluujkant (L386p Vlodrop),
mansluizijde:
mansluujziej (L386p Vlodrop)
|
De linkerhelft van de kerk, het gedeelte links van het middenpad, dat bestemd was voor de mannen [evangeliekant, mannenkant, mansluikant, kerelskant?]. [N 96A (1989)]
III-3-3
|
| 18673 |
mannenkleren |
mansluikleren:
manslu-klijjer (L386p Vlodrop)
|
mannenkleren [t mansdinge] [N 23 (1964)]
III-1-3
|
| 18703 |
mantelpak |
mantelpak:
mantelpak (L386p Vlodrop)
|
mantelpak, uit jas en rok bestaand dameskostuum [N 23 (1964)]
III-1-3
|
| 23428 |
maria-altaar |
onze-lieve-vrouwaltaartje:
s levevrouw altäörke (L386p Vlodrop)
|
Het (zij)altaar dat toegewijd is aan O.L. Vrouw en waarop of waarboven haar beeltenis prijkt [Maria-altaar]. [N 96A (1989)]
III-3-3
|
| 23396 |
mariabeeld |
mariabeeld:
mariabild (L386p Vlodrop),
mariabeeldje:
mariabildsje (L386p Vlodrop),
onzelievevrouw:
s livvevrouw (L386p Vlodrop)
|
Een beeld van Maria met of zonder het kind Jezus op de arm. [N 96B (1989)] || Een beeld van Maria, de moeder van Jezus [Moeder Gods, Moeder Godes, Lievevrouwenbeeld, Mariabeeld?]. [N 96A (1989)]
III-3-3
|