e-WLD trefwoorden 

 
 
Filteren...

Overzicht

Gevonden: 1

TrefwoordBegrip: dialectopgave (plaats)Toelichting
kraken bliksemen:   ’t kraaktj (Kinrooi), breken, pletten:   krǭ.kǝ (Tongeren), donderen:   krake (Hoensbroek), krākə (Hasselt), donderslag:   kraken (Bunde), ət kraaktj (Kelpen), een wind laten:   krake (Klimmen), er heet aan toegaan:   ut kraaktj (Neer), geluid maken:   (de berg) krāt (Bleijerheide  [(Domaniale)]   [Emma, Hendrik, Wilhelmina]), (het dak) krāk (Stein  [(Maurits)]   [Domaniale]), (het dak) krāktj (Thorn  [(Maurits)]   [Maurits]), kraken (Eisden  [(Eisden)]   [Julia]), krāxǝ (Chevremont  [(Julia)]   [Maurits]), geluid maken, gezegd van de kammen:   krākǝ (Lummen), hard vriezen: als t hard vriest.  kraken (Bergen), indien zeer hard.  kraaken (Lutterade), kraken:   (men zegt) ǝt krakt (Kelmis), met de zweep slaan of geluid geven:   krā.kǝ (Berbroek, ... ), krākǝ (Herk-de-Stad), krǭ.kǝ (Berlingen, ... ), krǭkǝ (Aalst, ... ), niet in elkaar grijpen:   krǭ.kǝ (Kanne, ... ), noten afslaan:   kraken (Horpmaal), krouken (Horpmaal), vriezenx:   krākə (Spalbeek), krōͅkə (Romershoven), ’t kraak (Stevensweert), kraaken  krōͅkə (Hoeselt) I-10, II-3, II-4, II-5, III-1-1, III-1-4, III-2-3, III-4-4