| 19268 |
er achterheen zitten |
aandringen:
der achter heen zitte (Q197p Noorbeek, ...
Q197a Terlinden)
III-1-4
|
|
| 33582 |
er afdoen |
ringen, randen verwijderen van peulvruchten:
d’roafdoen (Q198b Oost-Maarland)
I-7
|
|
| 23291 |
er alle keren bij zijn |
de roepen krijgen add.:
zij zijn er al kiere bie (L368p Neeroeteren)
III-3-3
|
|
| 22006 |
er buiten vallen |
te laat komen om nog prijzen te winnen:
d’r boëte valle (L266p Sevenum)
III-3-2
|
|
| 19359 |
er de zot mee houden |
spotten:
er de zat mee houden (L364p Meeuwen),
er de zot mee houden (L364p Meeuwen)
III-1-4, III-3-1
|
|
| 21435 |
er dik bij zitten |
rijk zijn:
dae zit d⁄r diek béj (L295p Baarlo)
III-3-1
|
|
| 21435 |
er dik in zitten |
rijk zijn:
d⁄r dik inzitte (L289p Weert),
Algemene opmerking: invuller noteert als spellingssysteem Veldeke, maar met een vraagteken erachter; de lijst is gewoon in het "Nederlands"ingevuld en heb het daarom maar letterlijk overgenomen (dus niet omgespeld!).
dik drin zitte (Q097p Ulestraten),
ps. omgespeld volgens Frings.
eͅr ⁄dēk èn ⁄zētən (K361a Boekt/Heikant),
tər dekənzetə (P048p Halen),
tər dik eͅnzetə (Q002p Hasselt),
ər dek en zetə (L317p Bocholt)
III-3-1
|
|
| 19013 |
er duchtig op los gaan |
er heet aan toegaan:
⁄t ging dər duchtich op los (L300p Beesel)
III-1-4
|
|
| 17968 |
er dwars doorheen lopen |
door een staand gewas lopen:
der dwars doorhaer loupe (L271p Venlo)
III-1-2
|
|
| 19233 |
er een acht opgeven |
zorgen voor:
d⁄n ach opgëve (Q193p Gronsveld)
III-1-4
|
|