e-WLD trefwoorden 

 
 
Filteren...

Overzicht

Gevonden: 140309
TrefwoordBegrip: dialectopgave (plaats)Toelichting
infoetelen vleier: vgl. Maastricht Wb. (pag. 156): infoetelen, zich, zich ergens indringen zonder eig. recht er toe te hebben, aanspraak op te mogen maken.  infoetele (Maastricht) III-3-1
informeren informeren (onoverg.):   ienformiere (Venray), ienformieren (Venray), infermere (Maasbree, ... ), informeere (Maastricht), informeerə (Doenrade, ... ), informere (Echt/Gebroek, ... ), informeren (Eys, ... ), informerə (Oirsbeek), informiere (Vaals), informère (Schimmert), informére (Klimmen), informéére (As), infŏrmeerə (Maastricht), infòrmeerə (Maastricht), infərmeerə (Epen), onformeren (Stein) III-1-4
inführen een vloergat maken:   enfyǝrǝ (Bleijerheide  [(Domaniale)]   [Emma, Maurits]) II-5
ingaan het binnenkomen van de duif:   engoan (Rijkhoven), ingaan (Guttecoven, ... ), ingaon (Geleen, ... ), Algemene opmerking bij deze vragenlijst: zie ook "klanktabel v.h. Zolders (uitspraak)", aan de achterkant van de laatste pagina!  i.ngoeë.n (Zolder), inschieten:   engǭn (Noorbeek), slinken, minder worden:   ingoan (Weert) II-1, III-3-2, III-4-4
ingaande schacht intrekkende schacht, instromingsschacht:   ingaande schacht (Genk  [(Winterslag / Waterschei)]   [Domaniale]) II-5
ingang deuropening:   engaŋk (Reuver), draaihek:   engaŋk (Tegelen), gang:   engaŋk (Overpelt), inschot:   ejaŋk (Bleijerheide), kerkdeur:   ingaank (Maastricht), kerkportaal:   igaank (Eys), mijnpoort:   eŋgaŋk (Hamont  [(Eisden)]   [Domaniale]), ingang (Eisden  [(Eisden)]   [Eisden]), toegang tot akker:   ingāŋk (Sint Pieter), toegangsprijs:   a͂n⁄cha͂nk is ēͅne fran⁄ (Mettekoven), de eengaank es eene frang (Val-Meer), de ingang es ne frang (Spalbeek), de ingang is ⁄n frank (Kaulille), den eingang es eene frang (Hoepertingen), den engang ine frank (Sint-Truiden), den ingang es eens frank (Rijkhoven), den ingang is eine frang (Tongeren), den ingang is eine frank (Neeroeteren, ... ), den ingang is ien frang (Hamont), den ingang is ⁄n frang (Landen), dən engank eͅs äinə frang (Zutendaal), dən eͅnaŋ kost ənnə fraŋ (Sint-Truiden), dən ingaank əs ijne fraŋ (Lanaken), dən əngḁŋ əs nə frḁŋ (Sint-Truiden), dɛn iengang is nɛ frang (Lommel), eingang (Voort), voergang in een dubbele stal:   engaŋk (Stevensweert), voormolen:   engaŋk (Paal), ingang (Lummen) I-6, I-8, II-10, II-3, II-5, II-8, III-2-1, III-3-1, III-3-3
ingang van de schoen inschot:   egaŋk van dǝr šoŋ (Bleijerheide), inschot [wld ii.10, p. 24]:   igank van der sjong (Bleijerheide) II-10, III-1-3
ingangen poorten:   ęngɛŋ (Bilzen) II-8
ingangsdeur deurtje in een poortvleugel:   engaŋsdør (Vliermaal) I-6
ingangsdeurtje deurtje in een poortvleugel:   engaŋs˱dīrkǝ (Bree) I-6