e-WLD trefwoorden 

 
 
Filteren...

Overzicht

Gevonden: 1

TrefwoordBegrip: dialectopgave (plaats)Toelichting
scheur gulp van een broek:   šør (Stokkem), schede:   sjeur (Stein), scheur:   skø̄r (Jeuk), sxyjr (Hoepertingen), sxyǝr (Hopmaal), sxȳr (Weert), sxøjǝr (Wellen), sxø̄r (Horst, ... ), sxø̜jr (Loksbergen), sxø̜jǝr (Tessenderlo), sxø̜r (Schulen), šięr (Meeuwen), šiǝr (Bilzen), šyǝr (Heerlen), šøǝr (s-Gravenvoeren), šø̄r (Bocholt, ... ), šø̜̄r (Boorsem, ... ), šø̜ar (Eisden, ... ), šēr (Eigenbilzen), šē̜r (As), šęjǝr (Munsterbilzen), šīr (Opglabbeek), scheur in de vlag van de slagpen:   scheir (Kortessem), schuir (Geleen), sjéér (As), scheur in het veen:   sxø̄r (Griendtsveen, ... ), slipjas:   šēr (Millen), WNT: scheur (I), 4. Afgescheurde lap, cfr. Den eis was weinig en gering, Een lap des Roks die hem bekleeden, Op dat hy met die scheure ging, Een korte weg.  sXēͅr (Borgloon), sxɛ:r (Paal), vrouwelijk geslachtsdeel:   sjäör (Klimmen), winkelhaak:   scheur (Kerkhoven), schièr (Munsterbilzen), sjeuer (Rekem), sjiër (Bilzen), zijspleet in de overrok:   scheur (Jabeek) II-4, II-7, III-1-1, III-1-3, III-3-2