e-WLD begrippen 

 
 
Filteren... dialect=Q112z plaats=Ten-Esschen/Weustenrade

Overzicht

Gevonden: 1253
BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
blijven wachten blijven: bliēve (Ten-Esschen/Weustenrade), wachten: wachte (Ten-Esschen/Weustenrade) ergens blijven tot iets of iemand komt [tukken, wachten] [N 91 (1982)] || niet verder gaan, blijven [letten, banken, banketeren, wijlen, blijven] [N 91 (1982)] III-4-4
blikaars uitslag: oētsjlaag (Ten-Esschen/Weustenrade) Uitslag, zweren op het achterwerk (blikaars, blikgat, blekker(d), blik, smet). [N 84 (1981)] III-1-2
bliksem, bliksemflits bliksem: bliksem (Ten-Esschen/Weustenrade) bliksem, elektrische vonk die bij onweer van de ene wolk naar de andere of naar de aarde overspringt [bledderum, vuurlicht, weerlicht] [N 81 (1980)] III-4-4
blindemannetje spelen blindeman: blingeman (Ten-Esschen/Weustenrade) Het spel waarbij één van de spelers die de anderen moet vangen geblinddoekt is [kakkemommen, blindemannetje, blindekoe, blindekoekoek]. [N 88 (1982)] III-3-2
blinken, glimmen, glanzen blinken: blinke (Ten-Esschen/Weustenrade) een glans van zich geven [glimmen, glanzen, blinken] [N 91 (1982)] III-4-4
bloed bloed: blood (Ten-Esschen/Weustenrade) bloed [N 10 (1961)] III-1-1
bloemkool bloemkool: blomkoeël (Ten-Esschen/Weustenrade), bloomkueël (Ten-Esschen/Weustenrade) bloemkool als gerecht [N Q (1966)] || bloemkool, als plant of gewas [N Q (1966)] I-7, III-2-3
bluts bluts: blutsj (Ten-Esschen/Weustenrade) Deuk: een buiging in een effen opppervlak door een stoot veroorzaakt (buts, bluts, bult, duts, deuk). [N 84 (1981)] III-1-2
blutsen blutsen: blutsje (Ten-Esschen/Weustenrade) Blutsen: een buil slaan, een deuk slaan (blutsen, knutsen, butsen). [N 84 (1981)] III-1-2
bobbel, kleine verhevenheid knobbel: knoebel (Ten-Esschen/Weustenrade) een kleine, ronde, meestal holle verhevenheid op een oppervlak [bobbel, brobbel, knobbel, hulte] [N 91 (1982)] III-4-4